“Je weet toch dat je morgen een toets hebt?”
“Waarom begin je nu nog altijd niet aan je huiswerk?”
“Hoe vaak moet ik je vragen om je boekentas klaar te maken?”
Misschien herken je deze uitspraken. Je tiener weet perfect dat er een toets aankomt, dat die boekentas klaar moet of dat het huiswerk niet vanzelf zal verdwijnen. Toch gebeurt er niets. Of pas na vijf herinneringen, een stevige discussie en heel wat frustratie.
Als ouder lijkt het soms alsof je kind niet wil meewerken. Maar wat als het probleem niet zozeer bij het willen ligt, maar bij het kunnen omzetten van een bedoeling in actie?
Daar komen executieve functies in beeld. Deze denk- en regelvaardigheden spelen een belangrijke rol bij ADHD, maar ook jongeren zonder ADHD-diagnose kunnen ermee worstelen.
In dit artikel ontdek je zeven belangrijke executieve functies, hoe moeilijkheden ermee zichtbaar worden op school en thuis, en vooral: wat je als ouder kunt doen om je tiener te ondersteunen.
Wat zijn executieve functies?
Executieve functies zijn mentale vaardigheden die je helpen om je gedrag, gedachten en emoties te sturen in functie van een doel. Je gebruikt ze voortdurend, vaak zonder erbij stil te staan. Wanneer je op tijd vertrekt voor een afspraak, je aandacht bij een taak houdt, een planning maakt of jezelf tegenhoudt om impulsief te reageren, zijn je executieve functies aan het werk.
Bij jongeren zijn deze vaardigheden nog volop in ontwikkeling. Tijdens de adolescentie worden bovendien steeds hogere eisen gesteld aan hun zelfstandigheid. In het middelbaar moeten leerlingen plots meerdere vakken opvolgen, toetsen voorbereiden, opdrachten indienen en hun vrije tijd organiseren. Wat vroeger grotendeels door ouders of leerkrachten werd opgevolgd, moeten ze steeds vaker zelf regelen.
Bij jongeren met ADHD kunnen bepaalde executieve functies minder efficiënt verlopen. Dat betekent niet dat ze minder intelligent zijn of onvoldoende hun best doen. Wel kan het moeilijker zijn om hun kennis en goede voornemens op het juiste moment om te zetten in gedrag.
Niet iedere jongere met ADHD ervaart dezelfde moeilijkheden. Ook stress, slaaptekort, angst, autisme of overbelasting kunnen het executief functioneren beïnvloeden.
Werkgeheugen: ‘Ik was het écht vergeten!’
Het werkgeheugen helpt ons om informatie tijdelijk vast te houden en ermee aan de slag te gaan. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je meerdere instructies moet onthouden, hoofdrekenen uitvoert of tijdens een opdracht rekening houdt met wat je eerder hebt gelezen.
Stel dat je tegen je tiener zegt: “Ga even naar boven, leg je vuile was in de mand, neem je sportzak mee en vergeet je oplader niet.”
Je tiener vertrekt naar boven, ziet een bericht op de telefoon, begint iets anders te doen en komt tien minuten later terug zonder sportzak. Als ouder kun je dan het gevoel krijgen dat er niet geluisterd wordt. Maar het kan evengoed zijn dat de oorspronkelijke opdracht simpelweg uit het werkgeheugen verdwenen is.
Hoe herken je moeilijkheden met het werkgeheugen?
- Je tiener vergeet regelmatig mondelinge instructies.
- Schoolmateriaal of huiswerk blijft thuis liggen.
- Een opdracht wordt halverwege onderbroken en niet afgewerkt.
- Je kind weet plots niet meer wat het eigenlijk ging doen.
- Meerdere opdrachten tegelijk zorgen voor verwarring.
Wat helpt je tiener?
Een van de meest effectieve manieren om het werkgeheugen te ontlasten, is informatie zichtbaar maken. In plaats van alles te moeten onthouden, kan je tiener terugvallen op een checklist, een kalender of een herinnering op de smartphone.
Denk bijvoorbeeld aan een korte checklist bij de voordeur met de spullen die elke ochtend mee naar school moeten. Of aan een vaste plek waar de sportzak de avond voordien wordt klaargezet.
Probeer ook het aantal mondelinge opdrachten te beperken. Geef liever één of twee concrete instructies tegelijk dan een hele reeks.
AURYN-tip: laat je tiener zelf meedenken over het hulpmiddel. Een prachtige planner die nooit geopend wordt, helpt niemand. Een eenvoudige herinnering op de telefoon kan veel effectiever zijn.Soms kan het ook helpen om twee middelen met elkaar te combineren: wij hebben een maandplanner aan de muur hangen en ik gebruik ook nog een kalender in Google.
Emotieregulatie: wanneer een kleine tegenslag groot wordt
Je tiener krijgt een slechte toets terug. De reactie is onmiddellijk: “Ik kan ook nooit iets goed doen!”
Of je vraagt om de game af te sluiten en krijgt een boze reactie die totaal niet in verhouding lijkt tot je vraag.
Emotieregulatie betekent dat je emoties kunt herkennen, begrijpen en beïnvloeden, zodat ze je gedrag niet volledig overnemen. Bij ADHD kunnen emoties sneller oplopen en kan het moeilijker zijn om na frustratie opnieuw tot rust te komen.
Voor ouders is dat niet altijd gemakkelijk te begrijpen. Een opmerking die voor jou onschuldig lijkt, kan bij je tiener bijzonder hard binnenkomen. Soms speelt er bovendien al heel wat spanning mee van school, sociale contacten of eerdere teleurstellingen.
Hoe herken je moeilijkheden met emotieregulatie?
- Heftige reacties op kritiek of correcties.
- Snel gefrustreerd raken wanneer iets niet lukt.
- Moeite hebben om te kalmeren na een conflict.
- Taken vermijden uit angst om te mislukken.
- Sterk reageren op onverwachte veranderingen.
Wat helpt je tiener?
Wanneer emoties hoog oplopen, heeft het meestal weinig zin om onmiddellijk te redeneren of oplossingen aan te dragen. Een jongere die overspoeld wordt door emoties, heeft vaak eerst tijd en ondersteuning nodig om opnieuw tot rust te komen.
Probeer daarom eerst de spanning te laten zakken. Dat kan door even afstand te nemen, rustig aanwezig te blijven of je tiener de ruimte te geven om zich terug te trekken.
Bespreek pas achteraf wat er gebeurde. Je kunt bijvoorbeeld vragen: “Wanneer merkte je dat het te veel werd?” of “Wat had je op dat moment kunnen helpen?”
Samen kun je zoeken naar vroege signalen van oplopende spanning en een persoonlijke strategie ontwikkelen. Voor de ene jongere werkt beweging, voor de andere een rustige plek, muziek of een korte pauze.
Het doel is niet dat je tiener nooit meer boos of gefrustreerd wordt, maar dat die geleidelijk leert herkennen wat er gebeurt en hoe ermee om te gaan.
Volgehouden aandacht: beginnen lukt, volhouden niet
Je tiener zit eindelijk aan het bureau. Vijf minuten later klinkt er muziek. Daarna volgt een berichtje. Vervolgens moet er dringend iets opgezocht worden. Een halfuur later is de taak nauwelijks gevorderd.
Volgehouden aandacht is het vermogen om je aandacht gedurende een bepaalde tijd op een activiteit gericht te houden, ook wanneer die niet bijzonder interessant is.
Bij ADHD kan dit moeilijk verlopen, vooral bij lange, repetitieve of weinig stimulerende taken. Opvallend genoeg kunnen sommige jongeren zich juist bijzonder intens concentreren op activiteiten die hen sterk interesseren.
Dat verschil zorgt bij ouders geregeld voor verwarring.
“Je kunt toch uren gamen? Waarom kun je dan geen twintig minuten studeren?”
Maar aandacht bij ADHD is niet uitsluitend een kwestie van wilskracht. De interesse, de onmiddellijke beloning, de moeilijkheid van de taak en de omgeving spelen allemaal een rol.
Hoe herken je moeilijkheden met volgehouden aandacht?
- Je tiener raakt snel afgeleid door geluiden, bewegingen of meldingen.
- Taken duren veel langer dan verwacht.
- Er wordt regelmatig van activiteit gewisseld.
- Lange of saaie opdrachten worden moeilijk volgehouden.
- Je kind lijkt soms niet te luisteren, ook wanneer het dat wel probeert.
Wat helpt je tiener?
Maak grote opdrachten kleiner en overzichtelijker. Een volledig hoofdstuk studeren kan overweldigend aanvoelen, terwijl tien minuten woordenschat oefenen veel haalbaarder lijkt.
Werk eventueel met korte studieblokken, afgewisseld met pauzes. Sommige jongeren hebben baat bij een timer, anderen vinden een aftellende klok juist stresserend. Het is belangrijk om samen te ontdekken wat werkt.
Ook de manier van studeren maakt een verschil. Actief leren, bijvoorbeeld door jezelf vragen te stellen, oefeningen te maken of leerstof hardop uit te leggen, helpt vaak beter om betrokken te blijven dan uitsluitend teksten herlezen.
AURYN-tip: probeer niet meteen de concentratieduur te verlengen. Begin met een werkblok dat haalbaar is en bouw van daaruit verder op.
Inhibitie: eerst doen, dan denken
Inhibitie is het vermogen om een impuls even tegen te houden voordat je handelt. Dat klinkt eenvoudig, maar we gebruiken deze vaardigheid voortdurend.
Bijvoorbeeld wanneer je wacht tot iemand uitgesproken is, je telefoon laat liggen tijdens het studeren of besluit om een vervelende opmerking niet onmiddellijk te beantwoorden.
Bij jongeren met ADHD kan die remfunctie minder efficiënt werken. Ze reageren soms voordat ze de gevolgen van hun gedrag hebben kunnen overwegen. Dat kan leiden tot misverstanden, conflicten of beslissingen waar ze achteraf spijt van krijgen.
Hoe herken je moeilijkheden met inhibitie?
- Je tiener onderbreekt regelmatig gesprekken.
- Er wordt onmiddellijk gereageerd op een correctie.
- Verschillende taken worden gestart, maar niet afgewerkt.
- De smartphone wordt bijna automatisch vastgenomen.
- Impulsieve beslissingen leiden achteraf tot spijt.
Wat helpt je tiener?
Een belangrijke eerste stap is samen leren herkennen wanneer impulsief gedrag voorkomt. Niet om je tiener voortdurend op fouten te wijzen, maar om inzicht te krijgen in de momenten waarop de remfunctie het moeilijk heeft.
Daarnaast kun je de omgeving aanpassen. Ligt de smartphone naast het studieboek? Dan vraagt het voortdurend inspanning om die te negeren. Door de telefoon tijdelijk buiten handbereik te leggen, wordt die verleiding kleiner.
Je kunt ook oefenen met een eenvoudige pauzestrategie:
STOP – DENK – KIES
- STOP: wat gebeurt er op dit moment?
- DENK: wat wil ik eigenlijk bereiken?
- KIES: welke reactie helpt mij daarbij?
Oefen deze strategie eerst in rustige situaties. Midden in een verhitte discussie is het veel moeilijker om nieuwe vaardigheden toe te passen.
Taakinitiatie: weten wat moet, maar niet kunnen beginnen
Dit is misschien wel een van de meest herkenbare moeilijkheden bij jongeren met ADHD.
Je tiener heeft morgen een toets. De boeken liggen klaar, de leerstof is bekend en er is zelfs een planning gemaakt. En toch gebeurt er niets.
Niet noodzakelijk omdat je kind niet wil studeren, maar omdat de stap van weten naar beginnen bijzonder moeilijk kan zijn.
Een taak kan te groot, te vaag, te saai of te overweldigend aanvoelen. Soms weet een jongere niet waar te beginnen. Soms is de verwachting om alles meteen goed te doen zo groot dat beginnen bijna onmogelijk wordt.
Voor ouders lijkt het dan alsof hun tiener voortdurend uitstelt. Maar meer druk zetten kan de drempel juist verhogen.
Hoe herken je moeilijkheden met taakinitiatie?
- Je tiener blijft uitstellen, zelfs bij belangrijke opdrachten.
- Er is veel aansporing nodig om te beginnen.
- De voorbereiding duurt langer dan de taak zelf.
- Je kind raakt overweldigd door grote opdrachten.
- Eenmaal begonnen, lukt het soms wel om verder te werken.
Wat helpt je tiener?
Maak de eerste stap zo klein en concreet mogelijk.
Niet: “Ga wiskunde studeren.”
Maar: “Leg je boek open op pagina 42 en maak oefening één.”
Voor sommige jongeren helpt de vijf-minutenstart: spreek af om slechts vijf minuten aan een taak te werken. Daarna mag je tiener opnieuw bekijken of verder werken haalbaar is.
Je kunt ook tijdelijk naast je tiener gaan zitten terwijl die begint. Niet om het werk over te nemen, maar om de drempel te verlagen. Dit wordt ook wel body doubling genoemd: de aanwezigheid van iemand anders kan voor sommige jongeren helpen om aan een taak te beginnen of ermee bezig te blijven.
AURYN-tip: wanneer starten niet lukt, stel dan niet alleen de vraag waarom je tiener nog niet begonnen is. Vraag liever: “Wat maakt het moeilijk om de eerste stap te zetten?”
Planning en organisatie: alles lijkt even dringend
“Mama, ik moet morgen een taak indienen.”
Het is negen uur ’s avonds. De opdracht werd twee weken geleden aangekondigd.
Voor veel ouders is dit een herkenbare situatie. Planning en organisatie helpen ons om vooruit te denken, prioriteiten te stellen, tijd in te schatten en taken in een logische volgorde uit te voeren.
Bij ADHD kunnen deze vaardigheden extra ondersteuning vragen. Een jongere kan perfect begrijpen dat een opdracht belangrijk is, maar toch moeite hebben om in te schatten hoeveel tijd nodig is of wanneer eraan begonnen moet worden.
Zeker in het middelbaar, waar verschillende leerkrachten tegelijk toetsen en taken opgeven, kan het overzicht snel verloren gaan.
Hoe herken je moeilijkheden met planning en organisatie?
- Je tiener begint pas vlak voor een deadline.
- Grote opdrachten worden niet opgesplitst.
- Er is weinig overzicht over toetsen en taken.
- Schoolmateriaal raakt regelmatig kwijt.
- De benodigde studietijd wordt verkeerd ingeschat.
Wat helpt je tiener?
Maak een planning concreet en zichtbaar. Een vakje met “Frans leren” is vaak onvoldoende. Wat moet er precies gebeuren?
Bijvoorbeeld:
- Woordenschat van les 3 bekijken.
- Moeilijke woorden aanduiden.
- Woorden afdekken en jezelf overhoren.
- Fouten opnieuw oefenen.
Plan bovendien niet alleen wat je tiener gaat doen, maar ook wanneer en hoe die begint.
Een vaste wekelijkse planningsroutine kan helpen om overzicht te behouden. Bekijk samen welke toetsen en taken eraan komen, schat in hoeveel tijd ze vragen en verdeel het werk over haalbare momenten.
Het doel is niet dat ouders voor altijd de planning maken. Je wilt jongeren geleidelijk leren hoe ze zelf keuzes kunnen maken en hun werk organiseren.
Cognitieve flexibiliteit: wanneer het anders loopt dan verwacht
Je tiener heeft een duidelijk plan voor de namiddag. Maar dan verandert de afspraak, loopt een opdracht uit of blijkt iets moeilijker dan verwacht.
Plots loopt alles vast.
Cognitieve flexibiliteit is het vermogen om je denken en handelen aan te passen wanneer omstandigheden veranderen. Het helpt ons om van strategie te wisselen, onverwachte situaties op te vangen en onze aandacht naar iets anders te verplaatsen.
Bij sommige jongeren met ADHD verloopt dat schakelen moeizamer. Een verandering kan dan veel frustratie oproepen, zeker wanneer de jongere al vermoeid of overprikkeld is.
Hoe herken je moeilijkheden met cognitieve flexibiliteit?
- Je tiener heeft moeite met onverwachte wijzigingen.
- Er wordt vastgehouden aan een aanpak die niet werkt.
- Stoppen met een leuke activiteit verloopt moeilijk.
- Veranderende plannen leiden tot frustratie.
- Een opdracht die anders loopt dan verwacht, zorgt voor blokkering.
Wat helpt je tiener?
Bereid overgangen zoveel mogelijk voor. Geef bijvoorbeeld vooraf aan dat de gametijd bijna afgelopen is, in plaats van plots te verwachten dat je tiener onmiddellijk stopt.
Bij grotere opdrachten kun je samen nadenken over een plan A en een plan B. Wat gebeurt er als het studeren langer duurt dan gedacht? Wat als een oefening niet lukt? Welke andere aanpak is mogelijk?
Door vooraf alternatieven te bespreken, wordt een onverwachte verandering minder bedreigend.
AURYN-tip: cognitieve flexibiliteit betekent niet dat je tiener elke verandering zomaar moet aanvaarden. Het gaat erom te leren omgaan met situaties waarin het anders loopt dan verwacht.
Waarom strenger zijn niet altijd de oplossing is
Wanneer je tiener voortdurend dingen vergeet, uitstelt of niet afwerkt, is het begrijpelijk dat je als ouder steeds vaker gaat herinneren, controleren of aandringen. Je wilt tenslotte voorkomen dat schoolwerk blijft liggen, afspraken worden vergeten of dagelijkse routines telkens in discussies eindigen.
Maar daardoor kan onbedoeld een vervelende dynamiek ontstaan. De ouder neemt steeds meer verantwoordelijkheid over, terwijl de jongere steeds minder gelegenheid krijgt om zelf vaardigheden te oefenen. Tegelijk neemt de frustratie aan beide kanten toe.
Dat betekent niet dat je je tiener zomaar alles zelfstandig moet laten doen. Integendeel. Zelfstandigheid groeit vaak dankzij passende ondersteuning, niet doordat je die ondersteuning plots wegneemt.
Het verschil zit in de manier waarop je helpt. In plaats van iedere avond te zeggen dat je tiener de boekentas moet maken, kun je samen een vaste avondroutine ontwikkelen. In plaats van voortdurend te herinneren aan een toets, kun je samen een zichtbaar overzicht maken.
En in plaats van een volledig studieschema op te leggen, kun je je tiener leren hoe een grote taak in haalbare stappen wordt verdeeld.
De ondersteuning kan vervolgens geleidelijk afgebouwd worden wanneer een vaardigheid beter lukt.
Kun je executieve functies verbeteren?
Executieve functies ontwikkelen zich tijdens de kindertijd en adolescentie en blijven ook daarna verder rijpen. Jongeren kunnen vaardigheden en strategieën leren die hen helpen om beter met hun moeilijkheden om te gaan.
Maar er is een belangrijk onderscheid tussen een vaardigheid oefenen en het dagelijks functioneren ondersteunen.
Een jongere die bijvoorbeeld een geheugenspel goed leert spelen, zal daardoor niet automatisch minder schoolmateriaal vergeten. Daarom is het zinvol om te oefenen in de situaties waarin de moeilijkheden werkelijk voorkomen.
Denk bijvoorbeeld aan het voorbereiden van een toets, zelfstandig aan huiswerk beginnen, een ochtendroutine uitvoeren of omgaan met frustratie wanneer iets niet lukt.
Een hulpmiddel hoeft daarbij niet tijdelijk te zijn. Sommige jongeren en volwassenen blijven baat hebben bij agenda’s, herinneringen, timers en vaste routines.
Dat is geen mislukking, maar een manier om hun omgeving beter te laten aansluiten bij hun behoeften.
Wat als je tiener geen ADHD-diagnose heeft?
Moeilijkheden met executieve functies komen niet uitsluitend bij ADHD voor. Ook jongeren met autisme, leerproblemen, stress of een hoge mentale belasting kunnen problemen ervaren met plannen, schakelen, concentreren of emotieregulatie.
Soms zijn de moeilijkheden tijdelijk. Soms maken ze deel uit van een breder ontwikkelingsprofiel.
Het is daarom belangrijk om niet op basis van enkele herkenbare signalen zelf een diagnose te stellen. Maar je hoeft ook niet te wachten op een officiële diagnose om praktische ondersteuning te bieden.
Wanneer een jongere vastloopt bij huiswerk, routines of dagelijkse verantwoordelijkheden, kun je samen onderzoeken wat moeilijk gaat en welke aanpassingen kunnen helpen.
Hoe kan AURYN Coaching helpen?
Bij AURYN Coaching vertrekken we niet vanuit de vraag wat een jongere allemaal verkeerd doet. We onderzoeken samen waar het precies vastloopt en wat nodig is om een volgende stap haalbaar te maken.
Een jongere die niet aan huiswerk begint, heeft bijvoorbeeld niet noodzakelijk dezelfde ondersteuning nodig als iemand die wel begint, maar voortdurend afgeleid raakt. Daarom werken we met concrete situaties uit het dagelijkse leven en zoeken we naar strategieën die aansluiten bij de jongere.
Tijdens individuele coaching kunnen we onder andere werken aan:
- Executieve functies en zelfstandigheid.
- Taakinitiatie en uitstelgedrag.
- Planning, organisatie en studievaardigheden.
- Emotieregulatie en omgaan met frustratie.
- Routines en dagelijkse verantwoordelijkheden.
Bij studiecoaching ligt de nadruk op leren plannen, leerstof verwerken, actief studeren en zelfstandig aan schoolwerk beginnen.
Ook ouders kunnen ondersteuning krijgen. Want wanneer ADHD of executieve moeilijkheden tot voortdurende discussies leiden, kan het helpen om samen te onderzoeken hoe de thuissituatie werkbaarder wordt.
Het doel is niet om van je tiener iemand anders te maken, maar om vaardigheden, hulpmiddelen en routines te vinden die aansluiten bij hoe die functioneert.
Tot slot: kijk verder dan het gedrag
Een tiener die niet begint, is niet automatisch lui. Een tiener die iets vergeet, is niet automatisch ongeïnteresseerd. En een tiener die heftig reageert, probeert niet noodzakelijk een discussie uit te lokken.
Soms zie je aan de buitenkant vooral gedrag, terwijl er onderliggend een moeilijkheid met executieve functies meespeelt.
Door te begrijpen wat er achter dat gedrag kan zitten, ontstaat ruimte voor een andere aanpak. Minder strijd, meer inzicht en vooral: kleine stappen richting meer zelfstandigheid.
Loopt jouw tiener vast bij plannen, studeren of dagelijkse routines?
Bij AURYN Coaching begeleid ik jongeren met ADHD, ADD, autisme of gelijkaardige moeilijkheden, ook wanneer er nog geen officiële diagnose is.
Samen bekijken we wat moeilijk loopt en welke praktische strategieën kunnen helpen. Ook ouders kunnen bij AURYN terecht voor begeleiding.
Plan een gratis kennismakingsgesprek en ontdek welke ondersteuning bij jullie situatie past.
Ontdek het aanbod van AURYN Coaching
Of neem rechtstreeks contact op via hello@auryn-coaching.be.
Veelgestelde vragen over executieve functies en ADHD
Wat zijn executieve functies bij ADHD?
Executieve functies zijn vaardigheden die helpen bij plannen, organiseren, aandacht sturen, impulsen beheersen, emoties reguleren en taken uitvoeren. Bij ADHD kunnen sommige van deze vaardigheden minder efficiënt functioneren.
Welke executieve functies zijn vaak moeilijk bij ADHD?
Veelvoorkomende moeilijkheden zijn werkgeheugen, inhibitie, volgehouden aandacht, taakinitiatie, planning, emotieregulatie en cognitieve flexibiliteit. Niet iedere jongere ervaart dezelfde problemen.
Kun je executieve functies trainen?
Jongeren kunnen vaardigheden en compensatiestrategieën aanleren. Oefenen in concrete dagelijkse situaties, met passende ondersteuning en hulpmiddelen, is doorgaans zinvoller dan uitsluitend losse hersentraining.
Heeft iedere jongere met ADHD problemen met plannen?
Nee. ADHD uit zich bij iedereen anders. Sommige jongeren hebben vooral moeite met aandacht of emotieregulatie, terwijl anderen vooral vastlopen bij planning, organisatie of taakinitiatie.
Kun je executieve problemen hebben zonder ADHD?
Ja. Executieve moeilijkheden kunnen ook voorkomen bij autisme, stress, slaaptekort, leerproblemen of andere omstandigheden. Ze betekenen op zichzelf niet dat iemand ADHD heeft.
Wanneer is coaching voor executieve functies zinvol?
Wanneer problemen met plannen, starten, concentreren of organiseren regelmatig tot moeilijkheden leiden op school, thuis of in het dagelijks leven, kan praktische begeleiding helpen. Bij ernstige of aanhoudende klachten kan daarnaast professionele diagnostiek of behandeling aangewezen zijn.
Dit artikel werd geschreven met in het achterhoofd het werk van Russel A. Barkley, een Amerikaanse klinisch psycholoog, onderzoeker en auteur die vooral bekendstaat om zijn werk over ADHD, executieve functies en zelfregulatie.
Centraal in Barkleys werk staat het idee dat ADHD beter begrepen kan worden als een stoornis van zelfregulatie en executieve functies, en niet uitsluitend als een probleem met aandacht. Hij benadrukt onder meer inhibitie, tijdsbesef, werkgeheugen, motivatie en het vermogen gedrag op toekomstige gevolgen af te stemmen.
Dat verklaart waarom jongeren met ADHD soms perfect weten wat er van hen verwacht wordt, maar er toch niet in slagen om het uit te voeren. Ze weten dat ze moeten studeren, maar beginnen niet. Ze weten dat ze rustig moeten reageren, maar hun emoties nemen het over. Ze weten dat ze op tijd moeten vertrekken, maar verliezen de tijd uit het oog.
Het probleem is dus niet altijd een gebrek aan kennis, motivatie of goede wil. Vaak zit de moeilijkheid in het toepassen van wat ze weten, precies op het moment dat het nodig is.
En dat maakt een wereld van verschil in hoe we naar jongeren met ADHD kijken en hoe we hen begeleiden. In plaats van telkens opnieuw uit te leggen wat ze moeten doen, kunnen we onderzoeken welke vaardigheden of externe ondersteuning ze nodig hebben om het ook daadwerkelijk te kunnen doen.
Daarbij spelen executieve functies een centrale rol.

