Veel ouders weten inmiddels dat een simpele discussie over het aantal uren schermtijd zelden iets oplost. De ene jongere kan lang online zijn en daarna zonder veel moeite overschakelen naar huiswerk, sport of een gesprek. Een andere jongere zit misschien minder lang op sociale media, maar denkt er voortdurend aan, verliest er slaap door en raakt erg onrustig wanneer de telefoon niet beschikbaar is.
Dat verschil is belangrijk. Recent onderzoek naar sociale media en ADHD-symptomen bij adolescenten bevestigt dat we beter niet alleen vragen hoelang een jongere online is. We moeten vooral kijken naar hoe sociale media worden gebruikt en welke gevolgen dat gebruik heeft.
Wat onderzocht de nieuwe studie?
Onderzoekers van onder meer de University of California, San Francisco analyseerden gegevens van 11.286 Amerikaanse jongeren uit de grote, langlopende ABCD-studie. De deelnemers waren bij de start van dit deel van het onderzoek gemiddeld iets ouder dan twaalf jaar. Ze werden vervolgens meerdere jaren gevolgd.
Jaarlijks werd nagegaan in welke mate de jongeren kenmerken van problematisch socialemediagebruik vertoonden. Daarbij ging het niet simpelweg over een urenteller. De onderzoekers keken naar patronen die doen denken aan controleverlies: veel aan sociale media denken, sociale media gebruiken om problemen te vergeten, steeds meer behoefte hebben aan gebruik en willen minderen maar daar niet in slagen.
Daarnaast rapporteerden ouders over ADHD-gerelateerde kenmerken bij hun kind, zoals moeite om taken af te maken, concentratieproblemen, impulsief gedrag en rusteloosheid.
De belangrijkste bevinding was dat een toename van problematisch socialemediagebruik op veertien- en vijftienjarige leeftijd samenhing met een toename van ADHD-symptomen een jaar later. In de analyses per geslacht was dit patroon vooral zichtbaar bij jongens.
Het omgekeerde verband werd veel minder duidelijk gevonden. Meer ADHD-symptomen voorspelden in deze studie doorgaans geen latere stijging van problematisch socialemediagebruik.
Dat is interessant, maar het vraagt meteen om een belangrijke nuance.
Betekent dit dat sociale media ADHD veroorzaken?
Nee. Dit onderzoek toont een verband in de tijd, maar bewijst niet dat sociale media ADHD veroorzaken.
ADHD is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis. Een jongere “krijgt” dus niet zomaar ADHD doordat hij TikTok, Instagram, Snapchat of YouTube gebruikt. De studie onderzocht bovendien symptomen en gedragingen, niet alleen formele ADHD-diagnoses.
Wel kunnen bepaalde gebruikspatronen kenmerken versterken die ook bij ADHD voorkomen. Denk aan moeite om de aandacht bij één taak te houden, snel reageren op nieuwe prikkels, voortdurend wisselen tussen activiteiten en moeilijk kunnen stoppen wanneer iets onmiddellijke beloning oplevert.
Sociale media zijn bijzonder goed in het aanbieden van precies die combinatie: nieuwigheid, snelheid, sociale beloning en eindeloze keuzemogelijkheden. Het volgende filmpje, bericht of berichtje is altijd maar één veeg verwijderd. Voor een brein in ontwikkeling is dat aantrekkelijk. Voor een jongere die al moeite heeft met impulsremming, prikkelverwerking of zelfsturing kan het extra lastig zijn.
Dat betekent nog steeds niet dat we de telefoon als enige schuldige moeten aanwijzen. Slaaptekort, stress, puberteit, schooldruk, spanningen thuis, angst, somberheid en weinig herstelmomenten kunnen eveneens invloed hebben op concentratie en gedrag. Meestal is er geen eenvoudige oorzaak, maar een samenspel.
Schermtijd is een meetbaar getal, maar niet altijd het echte probleem
Ouders grijpen begrijpelijkerwijs graag naar schermtijd. Het is zichtbaar, meetbaar en een smartphone kan keurig melden hoeveel uur iemand online was. Een getal voelt overzichtelijk. Vier uur lijkt erger dan twee uur.
Alleen vertelt dat getal niet wat de jongere online deed.
Vier uur videobellen met vrienden tijdens een gezamenlijke creatieve opdracht is iets anders dan vier uur gedachteloos scrollen tot twee uur ’s nachts. Een online game met vaste vrienden kan ontspanning, samenwerking en verbondenheid bieden. Datzelfde spel kan problematisch worden wanneer een jongere niet meer kan stoppen, schoolwerk structureel uitstelt en woedend of radeloos reageert op iedere onderbreking.
De betere vraag is daarom niet uitsluitend: “Hoeveel schermtijd heeft mijn kind?”
Vraag liever:
- Kan mijn jongere stoppen wanneer dat nodig is?
- Gaat het gebruik ten koste van slaap, schoolwerk, beweging of contact?
- Wordt sociale media vooral gebruikt voor plezier en verbinding, of voornamelijk om spanning en nare gevoelens te ontvluchten?
- Heeft mijn jongere achteraf het gevoel opgeladen of juist leeg en onrustig te zijn?
- Leidt het gebruik steeds vaker tot liegen, verbergen of conflicten?
Dit zijn geen vragen voor een streng verhoor aan de keukentafel. Ze helpen om samen te onderzoeken welke functie sociale media hebben gekregen.
Vier signalen van problematisch socialemediagebruik
1. Stoppen lukt niet meer goed
Bij problematisch gebruik gaat een jongere vaak langer door dan gepland. “Nog vijf minuten” wordt drie kwartier. Zelfs wanneer de jongere zelf wil minderen, lukt dat nauwelijks.
Dat is niet automatisch luiheid of koppigheid. Sociale platforms zijn ontworpen om aandacht vast te houden. Meldingen, gepersonaliseerde aanbevelingen en een eindeloze tijdlijn maken het moeilijk om een natuurlijk stopmoment te voelen. Een boek heeft een laatste bladzijde. TikTok heeft die beleefdheid helaas niet.
2. Sociale media nemen veel mentale ruimte in
De telefoon ligt misschien even weg, maar in het hoofd gaat het gebruik verder. Wie heeft gereageerd? Wat gebeurt er in de groepschat? Heb ik iets gemist? Hoeveel likes kreeg die post?
Daardoor kan een jongere tijdens huiswerk, gesprekken of het slapengaan met een deel van de aandacht online blijven. Dit wordt soms aangezien voor een algemeen concentratieprobleem, terwijl de digitale verwachting voortdurend aan de mouw trekt.
3. Andere belangrijke activiteiten raken verdrongen
Het wordt zorgelijker wanneer sociale media structureel ten koste gaan van slaap, schoolwerk, hobby’s, beweging, maaltijden of contact met het gezin.
Eén late avond is geen ramp. Een patroon van slaaptekort, onvoorbereid naar school gaan en afhaken bij vroegere interesses vraagt wel aandacht. Zeker bij jongeren met ADHD of ASS kan slaaptekort de emotieregulatie, prikkelverwerking en uitvoerende functies de volgende dag extra onder druk zetten.
4. Niet kunnen gebruiken veroorzaakt opvallend veel spanning
Irritatie wanneer een leuke activiteit moet stoppen is normaal. We springen zelf ook niet juichend recht wanneer iemand midden in een spannende serie de wifi uitschakelt.
Let vooral op de intensiteit en de duur van de reactie. Is een jongere kort teleurgesteld, of ontstaat er paniek, hevige boosheid of langdurige onrust? Kan hij na enige tijd overschakelen, of blijft alles vastzitten?
Waarom kunnen jongeren met ADHD extra kwetsbaar zijn?
Jongeren met ADHD hebben niet per definitie een ongezonde relatie met sociale media. Toch kunnen enkele kenmerken het moeilijker maken om het gebruik zelfstandig te begrenzen.
Zo werkt het ADHD-brein vaak sterk op interesse, nieuwigheid, urgentie en onmiddellijke beloning. Sociale media leveren die in royale porties. Een saai werkblad moet concurreren met filmpjes, berichten en spelletjes die voortdurend iets nieuws aanbieden. Dat is geen eerlijke wedstrijd.
Daarnaast kunnen tijdsbesef en taakinitiatie lastig zijn. Een jongere denkt vijf minuten te scrollen en merkt pas veel later hoeveel tijd is verstreken. Of hij gebruikt de telefoon “heel even” voordat hij aan huiswerk begint, maar raakt vervolgens niet meer bij de startknop van die taak.
Ook emotieregulatie speelt een rol. Sociale media kunnen een snelle ontsnapping bieden bij verveling, spanning, eenzaamheid of faalangst. Op korte termijn werkt dat vaak uitstekend. Precies daardoor wordt het gedrag gemakkelijk herhaald. Op langere termijn blijft het schoolwerk liggen en groeit de stress, waardoor de behoefte aan ontsnapping nog groter wordt.
Zo ontstaat een cirkel:
spanning → telefoon nemen → tijdelijk minder spanning → taak blijft liggen → meer spanning → opnieuw naar de telefoon
Die cirkel doorbreken lukt zelden met de boodschap: “Je moet gewoon wat meer discipline hebben.”
En waarom vond de studie vooral een verband bij jongens?
De onderzoekers vonden de duidelijkste verbanden tussen problematisch gebruik en latere ADHD-symptomen bij jongens. Mogelijk spelen verschillen in beloningsgevoeligheid, impulsiviteit of het soort online activiteiten een rol. Jongens en meisjes gebruiken sociale media gemiddeld niet altijd op dezelfde manier.
Toch mogen we hier geen nieuwe blinde vlek creëren. Ook meisjes kunnen problematisch socialemediagebruik ontwikkelen. Bij hen kan de impact zich bijvoorbeeld sterker tonen in sociale vergelijking, perfectionisme, piekeren, lichaamsbeeld, slaapproblemen of emotionele uitputting. Bovendien wordt ADHD bij meisjes nog geregeld later herkend, omdat onoplettendheid en innerlijke onrust minder zichtbaar kunnen zijn dan druk gedrag.
Gebruik de onderzoeksbevinding dus niet als: “Bij meisjes is er geen probleem.” Zie ze als een uitnodiging om bij iedere jongere naar het individuele patroon te kijken.
Wat helpt thuis wél?
Begin met nieuwsgierigheid, niet met de aanklacht
“Je bent verslaafd aan je telefoon” nodigt zelden uit tot een goed gesprek. Een jongere voelt zich beoordeeld en begint zijn gebruik te verdedigen. Dat is menselijk.
Probeer een concretere opening:
“Ik merk dat stoppen de laatste tijd vaak heel moeilijk wordt. Merk jij dat ook?”
Of:
“Wat geeft sociale media jou op dit moment? En wat kost het je soms?”
Het doel is niet dat je jongere onmiddellijk toegeeft dat jij al maanden gelijk had. Het doel is samen informatie verzamelen.
Zoek de functie achter het gebruik
Sociale media vervullen vaak een behoefte. Misschien zoekt een jongere contact, ontspanning, afleiding, bevestiging, informatie of een plek waar hij zichzelf kan zijn.
Wanneer je alleen het scherm wegneemt, blijft die behoefte bestaan. Een jongere die online vlucht voor eenzaamheid heeft niet uitsluitend een tijdslimiet nodig. Hij heeft ook verbinding nodig. Een jongere die scrolt om schoolstress te vermijden, heeft ondersteuning nodig bij het starten en opdelen van taken.
Vraag daarom:
“Op welke momenten grijp je het snelst naar je telefoon?”
“Wat voel je vlak daarvoor?”
“Wat hoop je dat de telefoon op dat moment voor je doet?”
Maak stoppen makkelijker
Zelfcontrole is nuttig, maar de omgeving mag gerust een handje helpen. Zet niet alle verantwoordelijkheid bij een puber tegenover een miljardenindustrie die gespecialiseerd is in aandacht vasthouden.
Mogelijke hulpmiddelen zijn:
- meldingen uitschakelen die niet echt nodig zijn;
- de telefoon tijdens huiswerk buiten handbereik leggen;
- een zichtbaar eindpunt afspreken, bijvoorbeeld na één aflevering of om een vast uur;
- apps van het beginscherm verwijderen;
- sociale media uit de slaapkamer houden;
- vooraf een andere korte ontspanningsactiviteit klaarzetten;
- een timer gebruiken die niet op de telefoon staat.
Kies één verandering tegelijk. Zeven nieuwe gezinsregels op zondagavond leiden meestal vooral tot een indrukwekkend conflict op maandag.
Werk met overgangen
Stoppen wordt makkelijker wanneer een jongere weet wat erna komt. “Leg die telefoon weg” creëert een leegte. “Over tien minuten eten we en daarna kiezen we samen een serie” biedt een overgang.
Voor jongeren met ADHD of ASS kunnen voorspelbaarheid en een korte waarschuwing helpen. Spreek vooraf af wanneer het gebruik eindigt en herinner vijf of tien minuten van tevoren aan die afspraak. Dat voorkomt niet elke teleurstelling, maar vermindert de verrassing.
Laat volwassenen dezelfde basisregels volgen
Een ouder die tijdens het eten berichten beantwoordt, heeft weinig overtuigingskracht wanneer een jongere de telefoon moet wegleggen. Perfectie is niet nodig. Eerlijkheid wel.
Je kunt bijvoorbeeld samen één dagelijks telefoonvrij moment kiezen. Niet als straf voor de jongere, maar als gezinsafspraak. Zo wordt digitale balans iets wat iedereen oefent.
Wanneer is extra hulp zinvol?
Niet ieder conflict over een telefoon vraagt professionele begeleiding. Pubers testen grenzen, houden contact met vrienden en vinden stoppen met leuke dingen soms bijzonder onredelijk. Dat hoort voor een deel bij de leeftijd.
Extra ondersteuning kan zinvol zijn wanneer:
- slaap of schoolprestaties langere tijd achteruitgaan;
- een jongere vrijwel geen plezier meer beleeft buiten de onlinewereld;
- stoppen herhaaldelijk tot zeer heftige conflicten leidt;
- sociale media vooral worden gebruikt om angst, somberheid of eenzaamheid te verdoven;
- er sprake is van cyberpesten, bedreiging, grooming of seksuele druk;
- concentratie-, impulsiviteits- of planningsproblemen het dagelijks functioneren ernstig hinderen;
- ouders en jongere telkens in dezelfde strijd terechtkomen en zelf geen uitweg meer vinden.
Bij ernstige psychische klachten, veiligheidsrisico’s of een vermoeden van ADHD is een huisarts, psycholoog of gespecialiseerd diagnostisch team de juiste plek. Coaching stelt geen diagnose en vervangt geen psychologische of medische behandeling. Coaching kan wel helpen om patronen zichtbaar te maken, haalbare afspraken uit te werken en vaardigheden rond planning, zelfregulatie en digitale balans te oefenen.
Van schermstrijd naar digitale balans
Het waardevolste inzicht uit het nieuwe onderzoek is niet dat ouders nog strenger moeten tellen. Het is dat problematisch socialemediagebruik herkenbaar wordt in controleverlies en gevolgen.
Een jongere hoeft sociale media niet volledig af te zweren om opnieuw meer grip te krijgen. Het doel is niet een leven zonder schermen. Het doel is dat de jongere kan kiezen wanneer sociale media helpen en wanneer het tijd is om uit te loggen.
Dat vraagt soms duidelijke grenzen. Maar het vraagt ook nieuwsgierigheid, oefening, voorbeeldgedrag en aandacht voor de behoefte achter het scherm.
Wie alleen de telefoon ziet, mist mogelijk het verhaal. Wie samen met de jongere naar dat verhaal durft te kijken, vindt vaak veel meer aanknopingspunten voor verandering.
Veelgestelde vragen
Kan veel socialemediagebruik ADHD veroorzaken?
De nieuwe studie bewijst niet dat sociale media ADHD veroorzaken. ADHD is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis. Problematisch socialemediagebruik kan wel samenhangen met een latere toename van kenmerken zoals concentratieproblemen, impulsiviteit en moeite met taakafronding.
Hoeveel schermtijd is te veel voor een tiener?
Er bestaat geen magisch aantal uren dat voor iedere tiener geldt. Kijk naast de duur vooral naar de gevolgen. Blijven slaap, school, beweging, relaties en andere interesses overeind? Kan de jongere stoppen wanneer dat nodig is? Die vragen zeggen vaak meer dan het totaalcijfer.
Wat is het verschil tussen veel en problematisch socialemediagebruik?
Bij problematisch gebruik ervaart een jongere controleverlies of duidelijke nadelige gevolgen. Hij denkt voortdurend aan sociale media, kan moeilijk minderen of laat slaap, schoolwerk en relaties ervoor wijken. Veel gebruik zonder zulke gevolgen is niet automatisch problematisch.
Helpt het om de telefoon gewoon af te pakken?
Een tijdelijke duidelijke grens kan soms nodig zijn, zeker bij een acuut veiligheidsprobleem. Als vaste aanpak leidt afpakken echter vaak tot strijd en verbergt het de behoefte achter het gebruik. Duurzamer is samen onderzoeken wat er gebeurt, de omgeving aanpassen en concrete vaardigheden oefenen.
Wanneer moet ik hulp zoeken?
Zoek hulp wanneer het gebruik langdurig ten koste gaat van slaap, school, relaties of mentaal welzijn, wanneer conflicten onbeheersbaar worden of wanneer er veiligheidsrisico’s zijn. Bij ernstige klachten of een vermoeden van ADHD neem je contact op met de huisarts, een psycholoog of een gespecialiseerd diagnostisch team.
Ondersteuning bij digitale balans
Loopt elk gesprek over de telefoon uit op discussie? Of merkt je jongere zelf dat stoppen, plannen en concentreren steeds moeilijker worden?
Binnen AURYN Coaching bekijken we niet alleen hoeveel tijd een jongere online doorbrengt. We onderzoeken welke functie het gebruik heeft, waar het vastloopt en welke kleine, haalbare veranderingen passen bij de jongere én het gezin. Daarbij is er extra aandacht voor ADHD, ASS, executieve functies en prikkelverwerking.
Je kunt starten met een gratis online kennismaking van 30 minuten. Naar de contactpagina.
Bronnen
- Nagata, J. M., Otmar, C. D., Nayak, S., et al. (2026). Problematic Social Media Use and Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder Symptoms in Adolescents. JAMA Network Open, 9(7), e2623748. https://doi.org/10.1001/jamanetworkopen.2026.23748
- Gibson, C. (2026, 17 juli). New study links ADHD symptoms in boys and addictive social media use. The Washington Post. https://www.washingtonpost.com/style/2026/07/17/boys-adhd-symptoms-linked-addictive-social-media-use-new-study/

