Hoe sociale media het zelfbeeld van jongeren beïnvloeden (en wat je als ouder kunt doen)

25 juni 2026

Sociale media zijn niet meer weg te denken uit het leven van jongeren. TikTok, Instagram, Snapchat en YouTube zijn veel meer dan apps op een smartphone. Ze zijn een plek waar vriendschappen ontstaan, waar jongeren zich ontspannen, inspiratie opdoen en zichzelf uitdrukken. Sociale media bieden kansen, verbinden mensen en kunnen zelfs bijdragen aan creativiteit en zelfontwikkeling.

Toch merken veel ouders dat er ook een keerzijde is. Hun zoon of dochter lijkt steeds vaker bezig met likes, volgers en reacties. Er wordt eindeloos gescrold, vergeleken en gekeken naar levens die ogenschijnlijk perfect verlopen. En ergens sluipt de vraag binnen: doet dit iets met het zelfvertrouwen van mijn kind?

Het korte antwoord is: ja. Maar waarschijnlijk niet op de manier waarop veel mensen denken.

Sociale media maken jongeren niet automatisch onzeker. Ze maken vooral processen zichtbaar die al eeuwen bestaan. Jongeren vergelijken zichzelf al generaties lang met klasgenoten, vrienden of bekende mensen. Alleen gebeurt dat vandaag niet meer met tien klasgenoten in een schoolgebouw, maar met duizenden zorgvuldig geselecteerde beelden die dag en nacht beschikbaar zijn.

Dat maakt een groot verschil.


Vergelijken is menselijk

Wie zichzelf ooit heeft betrapt op de gedachte “Die collega lijkt alles perfect voor elkaar te hebben” of “Waarom ziet mijn buurvrouw er altijd zo goed uit?”, weet dat vergelijken nu eenmaal bij de mens hoort.

De Amerikaanse sociaal psycholoog Leon Festinger beschreef dit al in 1954 in zijn Social Comparison Theory. Volgens hem proberen mensen voortdurend zichzelf te beoordelen door zich te vergelijken met anderen. Dat helpt ons om onze eigen prestaties, mogelijkheden en plaats binnen een groep in te schatten.

Dat is op zich helemaal niet verkeerd.

Vergelijken kan zelfs motiverend werken. Een jongere die ziet dat een klasgenoot mooie resultaten behaalt, kan daardoor net gestimuleerd worden om zelf harder zijn best te doen. Een sporter kan groeien door zich op te trekken aan iemand die iets verder staat.

Het probleem ontstaat wanneer de vergelijking niet meer eerlijk is.

En precies daar spelen sociale media een grote rol.


Waarom sociale media een vertekend beeld geven

Wanneer jongeren door TikTok of Instagram scrollen, krijgen ze niet het volledige leven van iemand anders te zien.

Ze zien de hoogtepunten.

De leukste vakantie.

De mooiste outfit.

De beste selfie uit vijftig pogingen.

De perfecte belichting.

Het afgewerkte eindresultaat.

Wat ze niet zien, zijn de ruzies thuis, de onzekerheden, de mislukte foto’s, de stress voor een examen of de momenten waarop iemand zich helemaal niet gelukkig voelt.

Toch vergelijkt het puberbrein die zorgvuldig geselecteerde hoogtepunten met zijn eigen dagelijkse werkelijkheid.

Dat is eigenlijk een oneerlijke wedstrijd.

Het is alsof je elke dag naar de finale van de Olympische Spelen kijkt en daarna besluit dat je zelf niet kunt lopen.


Waarom jongeren hier gevoeliger voor zijn dan volwassenen

Veel volwassenen beseffen intussen dat sociale media niet altijd een realistisch beeld tonen. Jongeren weten dat vaak ook wel, maar hun brein verwerkt die informatie anders.

Tijdens de puberteit is de ontwikkeling van de hersenen nog volop bezig. Vooral de prefrontale cortex – het gebied dat helpt om impulsen te controleren, informatie kritisch te beoordelen en emoties te reguleren – is nog niet volledig uitgerijpt.

Tegelijk is het sociale beloningssysteem bijzonder actief.

Met andere woorden: wat leeftijdsgenoten denken, voelt tijdens de puberteit belangrijker dan ooit.

Een compliment van een vriend kan je tiener de hele dag een goed gevoel geven. Een negatieve opmerking of een foto waarop hij zichzelf minder mooi vindt, kan daarentegen uren of zelfs dagen blijven hangen.

Dat betekent niet dat jongeren zwak zijn.

Het betekent gewoon dat hun brein zich precies in een ontwikkelingsfase bevindt waarin erbij horen ontzettend belangrijk is.

En laat sociale media nu net voortdurend tonen wie erbij lijkt te horen.


We leren door naar anderen te kijken

Ook de Canadese psycholoog Albert Bandura kan ons helpen begrijpen waarom sociale media zo’n invloed hebben.

Volgens zijn sociale leertheorie leren mensen niet alleen door zelf ervaringen op te doen, maar vooral door anderen te observeren. Kinderen en jongeren kijken voortdurend naar hoe anderen zich gedragen, welke keuzes ze maken en welke reacties daarop volgen.

Dat proces noemen we modelleren.

Vroeger waren ouders, leerkrachten, familieleden of vrienden de belangrijkste rolmodellen.

Vandaag concurreren zij met duizenden influencers, vloggers en content creators die dagelijks laten zien hoe een ‘succesvol’ leven eruit zou moeten zien.

Jongeren leren dus niet alleen hoe iemand zich kleedt of welke make-up populair is. Ze nemen ook ideeën over succes, schoonheid, relaties, populariteit en geluk over.

Daar zit meteen ook een belangrijke nuance.

Sociale media zijn op zich niet slecht.

Een positieve influencer die open spreekt over faalangst, autisme, ADHD of mentale gezondheid kan net een enorme steun betekenen voor een jongere die zich jarenlang alleen voelde.

Zoals zo vaak is niet het medium het probleem, maar de manier waarop het gebruikt wordt.

Waarom meisjes en jongens sociale media vaak anders beleven

Hoewel sociale media een invloed kunnen hebben op vrijwel alle jongeren, zien we dat meisjes en jongens zich vaak op een andere manier vergelijken.

Meisjes vergelijken zich gemiddeld vaker op vlak van uiterlijk, sociale relaties en populariteit. Ze worden dagelijks geconfronteerd met beelden van perfecte lichamen, een egale huid, modieuze outfits en influencers die ogenschijnlijk een zorgeloos leven leiden. Filters en beeldbewerking maken het bovendien steeds moeilijker om nog te onderscheiden wat echt is en wat niet.

Jongens vergelijken zich dan weer vaker op vlak van prestaties, status en succes. Dat kan gaan over sportieve prestaties, spiermassa, geld, auto’s, gaming of populariteit. Ook zij krijgen via sociale media voortdurend voorbeelden voorgeschoteld van leeftijdsgenoten die sterker, succesvoller of aantrekkelijker lijken.

Natuurlijk bestaan hier veel uitzonderingen op. Niet elke jongen vergelijkt zich op dezelfde manier en niet elk meisje is gevoelig voor dezelfde thema’s. Toch helpt dit onderscheid ouders vaak om beter te begrijpen waarom hun zoon of dochter anders reageert op sociale media.


Wanneer vergelijken ongezond wordt

Vergelijken is dus normaal. Het wordt pas problematisch wanneer jongeren voortdurend het gevoel krijgen dat ze tekortschieten.

Dat zie je bijvoorbeeld wanneer een jongere steeds vaker uitspraken doet zoals:

“Waarom zie ik er niet zo uit?”

“Iedereen heeft meer vrienden dan ik.”

“Ik ben gewoon saai.”

“Niemand vindt mij leuk.”

Op dat moment is de vergelijking niet langer inspirerend, maar ondermijnend.

Hier sluit ook het werk van Carl Rogers mooi bij aan. Rogers beschreef hoe belangrijk onvoorwaardelijke positieve waardering is voor een gezonde persoonlijkheidsontwikkeling. Jongeren groeien wanneer ze ervaren dat ze waardevol zijn om wie ze zijn, niet om wat ze presteren of hoe ze eruitzien.

Sociale media draaien daar soms precies omgekeerd om.

Likes, volgers en reacties lijken te suggereren dat je waarde afhangt van hoe anderen op jou reageren. Hoewel jongeren rationeel vaak wel weten dat dit niet klopt, voelt het emotioneel soms heel anders.

Daarom is het zo belangrijk dat jongeren ook buiten sociale media blijven ervaren dat ze gezien worden om wie ze zijn.


Het algoritme kent je beter dan je denkt

Veel jongeren denken dat ze zelf kiezen wat ze bekijken.

In werkelijkheid kiezen sociale media voor een groot stuk wat zij te zien krijgen.

Dat gebeurt via algoritmes. Die analyseren voortdurend welke filmpjes je langer bekijkt, waarop je reageert of welke berichten je deelt. Op basis daarvan krijg je steeds meer gelijkaardige inhoud voorgeschoteld.

Kijkt een jongere vaak naar fitnessvideo’s? Dan verschijnen er nog meer fitnessvideo’s.

Zoekt een meisje naar huidverzorging? Dan volgen er tientallen filmpjes over make-up, schoonheidsproducten en uiterlijk.

Dat lijkt onschuldig, maar het kan ervoor zorgen dat jongeren steeds dieper in één bepaald wereldbeeld terechtkomen. Ze krijgen de indruk dat “iedereen” bezig is met hetzelfde, terwijl ze in werkelijkheid slechts een klein stukje van de online wereld zien.

Dat is een belangrijk inzicht dat ik ook tijdens coaching graag bespreek. Niet om jongeren bang te maken voor technologie, maar om hen kritischer te leren kijken naar wat ze online voorgeschoteld krijgen.


Waarom likes zoveel met ons doen

Veel ouders vragen zich af waarom een like of een reactie zo belangrijk lijkt voor hun tiener.

Dat heeft opnieuw te maken met de ontwikkeling van het brein.

Wanneer iemand een positieve reactie krijgt, komt er onder andere dopamine vrij. Dopamine wordt vaak omschreven als een beloningsstofje, al is dat eigenlijk een vereenvoudiging. Het speelt een belangrijke rol bij motivatie, verwachting en leren.

Een like voelt daardoor als een kleine sociale beloning.

Op zich is daar niets mis mee.

Het probleem ontstaat wanneer jongeren hun eigenwaarde steeds sterker laten afhangen van die externe bevestiging.

Vandaag tien likes.

Morgen twintig.

Overmorgen maar vijf.

Plots lijkt het alsof die cijfers iets zeggen over hun waarde als persoon.

En precies daar mogen wij als ouders en coaches een belangrijk tegengewicht bieden.


Sociale media zijn niet de vijand

Het is verleidelijk om sociale media de schuld te geven van alles wat vandaag moeilijk loopt.

Maar dat zou te eenvoudig zijn.

Voor veel jongeren betekenen sociale media ook heel veel positiefs.

Ze onderhouden er vriendschappen.

Ze vinden mensen die dezelfde interesses hebben.

Ze ontdekken creatieve hobby’s.

Ze leren over ADHD, ASS of mentale gezondheid.

Ze vinden herkenning bij jongeren die hetzelfde meemaken.

Voor sommige jongeren is een online gemeenschap zelfs de eerste plek waar ze zich écht begrepen voelen.

Het doel is dus niet om sociale media volledig uit hun leven te bannen.

Het doel is om jongeren te leren er bewust mee om te gaan.

Net zoals we hen leren fietsen zonder zijwieltjes of veilig leren deelnemen aan het verkeer, kunnen we hen ook leren om kritisch en gezond met sociale media om te gaan.


Wanneer maak je je als ouder best zorgen?

Dat een jongere graag op TikTok zit of veel met vrienden chat, hoeft op zichzelf geen alarmsignaal te zijn.

Toch zijn er enkele signalen waarbij het zinvol is om wat aandachtiger te kijken.

Wanneer je merkt dat je zoon of dochter zich steeds vaker negatief uitlaat over zichzelf, voortdurend bevestiging zoekt, activiteiten begint te vermijden, slecht slaapt of merkbaar minder plezier beleeft aan dingen die vroeger energie gaven, kan het zijn dat sociale media een grotere rol spelen dan op het eerste gezicht lijkt.

Ook wanneer schermgebruik de enige manier lijkt geworden om met stress, verveling of moeilijke gevoelens om te gaan, is het belangrijk om verder te kijken dan alleen het scherm.

Vaak is het scherm dan niet het probleem, maar een manier om met iets anders om te gaan.


Wat kun je als ouder doen?

Veel ouders voelen de neiging om sociale media vooral te controleren. Dat is begrijpelijk. Je wilt je kind beschermen. Toch merk ik dat controle alleen zelden het gewenste effect heeft.

Hoe ouder jongeren worden, hoe belangrijker autonomie wordt. Dat betekent niet dat ze alles zelf mogen beslissen, maar wel dat ze willen ervaren dat hun mening ertoe doet. De zelfdeterminatietheorie van Edward Deci en Richard Ryan beschrijft drie psychologische basisbehoeften die voor ieder mens belangrijk zijn: autonomie, verbondenheid en competentie. Wanneer aan die behoeften wordt voldaan, groeien motivatie, welzijn en veerkracht. Wanneer ze voortdurend onder druk staan, ontstaat vaker weerstand.

Dat verklaart waarom een eenvoudige opmerking als “Leg nu eindelijk die gsm weg!” soms een veel grotere reactie uitlokt dan je verwacht.

Voor een jongere gaat dat moment namelijk niet alleen over een smartphone. Het raakt ook aan het gevoel van zelfstandigheid. Wanneer ouders uitsluitend controleren of verbieden, ontstaat al snel een machtsstrijd. Jongeren gaan dan niet nadenken over hun schermgebruik, maar vooral over hoe ze hun autonomie kunnen verdedigen.

Dat betekent uiteraard niet dat er geen grenzen mogen zijn. Integendeel. Jongeren hebben nood aan duidelijke afspraken. Alleen werken afspraken meestal beter wanneer ze samen besproken worden dan wanneer ze eenzijdig opgelegd worden.


Blijf nieuwsgierig

Een vraag die ik ouders vaak meegeef is verrassend eenvoudig:

“Wat maakt dat je dit zo graag bekijkt?”

Die ene vraag opent vaak een heel ander gesprek.

Misschien volgt je dochter een illustrator waarvan ze graag leert tekenen. Misschien kijkt je zoon video’s over programmeren. Misschien zit je tiener vooral met vrienden te chatten omdat hij zich daar veilig voelt.

Door eerst nieuwsgierig te zijn, krijg je zicht op de behoefte achter het scherm.

Dat sluit mooi aan bij het humanistisch coachen van Carl Rogers. Rogers geloofde dat echte verandering pas mogelijk wordt wanneer iemand zich begrepen voelt. Niet wanneer hij zich veroordeeld voelt.

Dat geldt evengoed voor jongeren.

Wanneer een jongere ervaart dat zijn ouders oprecht geïnteresseerd zijn in zijn leefwereld, ontstaat er veel sneller ruimte om ook moeilijke onderwerpen bespreekbaar te maken.


Help je tiener kritisch kijken

Een van de belangrijkste vaardigheden die jongeren vandaag nodig hebben, is misschien wel mediawijsheid.

Niet door hen voortdurend te waarschuwen, maar door samen vragen te stellen.

Wie heeft deze video gemaakt?

Waarom zou iemand dit posten?

Denk je dat dit volledig echt is?

Wat zie je niet op deze foto?

Hier sluit opnieuw het socratisch coachen mooi bij aan. In plaats van onmiddellijk antwoorden te geven, help je jongeren om zelf kritisch na te denken. Dat werkt vaak veel beter dan een lange preek over de gevaren van sociale media.

Je hoeft daarvoor geen expert te zijn. Gewoon samen nieuwsgierig blijven is vaak al voldoende.


Geef vooral het goede voorbeeld

Dit blijft misschien wel de moeilijkste tip uit het hele artikel.

Kinderen luisteren lang niet altijd naar wat we zeggen.

Maar ze kijken voortdurend naar wat we doen.

En daar komen we opnieuw uit bij Albert Bandura en zijn sociale leertheorie. Jongeren leren niet alleen door uitleg te krijgen, maar vooral door gedrag te observeren.

Wanneer wij tijdens elk vrij moment onze smartphone vastnemen, voortdurend meldingen controleren of tijdens een gesprek toch “nog snel even” iets opzoeken, leren jongeren onbewust dat dit normaal is.

Dat betekent niet dat ouders perfect moeten zijn. Gelukkig maar.

Maar af en toe bewust je smartphone wegleggen tijdens het eten, tijdens een wandeling of wanneer je kind iets vertelt, zegt vaak meer dan duizend woorden.

En eerlijk… we kennen allemaal wel die ene ouder die roept dat de gsm onmiddellijk weg moet, terwijl hij zelf met één hand op Facebook zit en met de andere een WhatsApp-bericht beantwoordt. Jongeren hebben daar een feilloze radar voor. Gelukkig mogen we daar ook gewoon eens om lachen.


Sociale media zijn geen opvoedingsfout

Wanneer ik met ouders praat, hoor ik soms veel schuldgevoel.

“Had ik vroeger strenger moeten zijn?”

“Hebben we het verkeerd aangepakt?”

Ik begrijp die vragen heel goed.

Maar de waarheid is dat geen enkele ouder ooit voorbereid werd op een wereld waarin een smartphone letterlijk in de broekzak van elke tiener zit.

Sociale media evolueren sneller dan opvoedboeken kunnen volgen.

Perfect opvoeden bestaat niet.

Wat wél bestaat, is blijven luisteren, blijven leren en het gesprek openhouden.

En misschien is dat uiteindelijk belangrijker dan de exacte schermtijd.


Jongeren hebben meer nodig dan een schermlimiet

Wanneer sociale media een te grote plaats beginnen innemen, kijken we vaak eerst naar het scherm.

Misschien moeten er strengere regels komen.

Misschien moet TikTok verwijderd worden.

Misschien moet de wifi vroeger uit.

Soms kunnen zulke afspraken inderdaad helpen.

Maar minstens even belangrijk is de vraag:

Wat heeft deze jongere nodig buiten het scherm?

Voelt hij zich voldoende verbonden met anderen?

Heeft hij hobby’s waar hij energie uit haalt?

Mag hij fouten maken zonder meteen te denken dat hij tekortschiet?

Voelt hij zich gezien, ook zonder perfecte foto’s of veel likes?

Dat zijn vragen die veel verder gaan dan sociale media alleen.

En precies daar begint vaak echte verandering.


Wanneer kan coaching helpen?

Soms merk je als ouder dat gesprekken over sociale media steeds opnieuw uitmonden in ruzie. Misschien zie je dat je zoon of dochter steeds onzekerder wordt, voortdurend bevestiging zoekt of zichzelf blijft vergelijken met anderen. Misschien is schermgebruik een manier geworden om stress, eenzaamheid of moeilijke gevoelens te vermijden.

Op zulke momenten gaat het meestal niet meer alleen over een smartphone.

Dan loont het de moeite om samen te onderzoeken wat er onder de oppervlakte speelt.

Bij AURYN begeleid ik jongeren niet alleen rond schermgebruik of sociale media. We kijken samen naar het volledige plaatje: zelfvertrouwen, emotieregulatie, sociale druk, ADHD, ASS, executieve functies, studieproblemen en de uitdagingen die vandaag zo vaak samenkomen.

Want achter gedrag schuilt bijna altijd een verhaal. En wanneer jongeren dat verhaal beter leren begrijpen, ontstaat er ruimte om andere keuzes te maken.


Je hoeft het niet alleen te doen

Opgroeien in een digitale wereld brengt uitdagingen met zich mee. Voor jongeren, maar minstens evenveel voor ouders. Er bestaat geen perfecte handleiding en geen gouden regel die in elk gezin werkt.

Wel geloof ik dat kleine gesprekken, oprechte nieuwsgierigheid en een veilige thuisbasis veel meer verschil maken dan eindeloze discussies over minuten schermtijd.

Heb je het gevoel dat jouw jongere vastloopt? Of wil je graag samen bekijken hoe je meer rust kunt brengen in de gesprekken over sociale media, zelfvertrouwen of schermgebruik?

Neem gerust contact op met AURYN voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek. Samen zoeken we naar een aanpak die past bij jouw jongere én jouw gezin.

Veelgestelde vragen

Is sociale media slecht voor jongeren?

Nee. Sociale media zijn op zichzelf niet slecht. Ze kunnen jongeren helpen om contact te houden met vrienden, inspiratie op te doen, creatief bezig te zijn en informatie te vinden. Wel is het belangrijk dat er een gezonde balans blijft tussen online en offline activiteiten. Wanneer sociale media een negatieve invloed krijgen op slaap, school, zelfvertrouwen of sociale contacten, is het zinvol om samen stil te staan bij het gebruik.


Hoe weet ik of sociale media het zelfbeeld van mijn kind beïnvloeden?

Let op signalen zoals voortdurend vergelijken met anderen, onzekerheid over het uiterlijk, steeds bevestiging zoeken via likes of reacties, negatieve uitspraken over zichzelf of minder plezier beleven aan hobby’s die vroeger energie gaven. Eén van deze signalen hoeft niet meteen een probleem te betekenen, maar wanneer meerdere signalen samen voorkomen, is het goed om het gesprek aan te gaan.


Hoe praat ik met mijn tiener over sociale media zonder ruzie te maken?

Probeer nieuwsgierig te blijven in plaats van meteen te oordelen. Vraag welke accounts je tiener graag volgt, wat hij of zij leuk vindt aan sociale media en hoe bepaalde berichten aanvoelen. Door eerst te luisteren en interesse te tonen, ontstaat vaak meer ruimte om later ook afspraken te maken over schermtijd, online veiligheid en een gezonde balans.

Lees meer op deze blog

Mijn tiener zit constant op zijn gsm. Moet ik mij zorgen maken?

Waarom stoppen jongeren niet met sociale media wanneer jij dat vraagt?