“Maar iedereen in mijn klas krijgt meer.”
Het is een zin die vroeg of laat in veel gezinnen valt. Daarbij is iedereen vaak een rekbaar begrip. Soms blijkt het over één vriend te gaan die vijftig euro per maand krijgt. Wat je tiener er niet altijd bij vertelt, is dat die vriend daar misschien ook zijn gsm-abonnement, kleding of uitstappen mee moet betalen.
Dus: hoeveel zakgeld geef je een tiener? Er bestaat in België geen officieel bedrag en er zijn al helemaal geen bindende barema’s. Hoeveel zakgeld passend is, hangt af van de leeftijd van je tiener, jullie gezinsbudget én van wat je kind zelf moet betalen.
Een twaalfjarige die tien euro per maand volledig vrij mag besteden, kun je niet eerlijk vergelijken met een zestienjarige die zestig euro krijgt maar daar ook kleding, een gsm-abonnement en uitstappen mee bekostigt.
Zakgeld is daarom geen wedstrijd tussen gezinnen. Het is oefengeld: een beperkt bedrag waarmee jongeren keuzes leren maken, fouten mogen maken en stilaan ontdekken dat geld helaas maar één keer kan worden uitgegeven.
Waarom zakgeld meer is dan een extraatje
Je kunt als ouder alle uitgaven van je tiener betalen. Dat lijkt soms zelfs gemakkelijker. Je kind vraagt iets, jij beslist en de rekening is rond.
Alleen leert een jongere op die manier weinig over zelf kiezen. Wat kost een drankje eigenlijk? Hoeveel kleine aankopen passen in tien euro? En wat gebeurt er wanneer je vandaag drie snacks koopt terwijl je eigenlijk voor een game, concertticket of nieuw paar rijlaarzen wilde sparen?
Zakgeld geeft jongeren de kans om met beperkte bedragen te oefenen in:
- keuzes maken;
- prioriteiten stellen;
- prijzen vergelijken;
- sparen;
- wachten;
- omgaan met verleiding;
- een saldo opvolgen;
- ervaren wat de gevolgen van een aankoop zijn.
Volgens Wikifin, het programma voor financiële educatie van de Belgische FSMA, is dat precies de bedoeling van zakgeld: kinderen leren de waarde van geld begrijpen en een beperkt budget beheren.
Het gaat dus niet alleen om hoeveel je geeft. Minstens even belangrijk is wat je tiener met dat bedrag leert doen.
Zakgeld als ervaringsleren
Een mooi psychologisch principe dat bij zakgeld past, is ervaringsleren. We leren niet uitsluitend doordat iemand iets uitlegt. We leren ook door iets te proberen, de gevolgen te ervaren, erop terug te kijken en onze aanpak bij te sturen.
Je kunt twintig keer zeggen dat dagelijks drie euro uitgeven veel geld is. Maar wanneer een tiener na één week ontdekt dat het volledige maandbudget verdwenen is en dat de geplande uitstap nog moet komen, krijgt die boodschap plots een andere betekenis.
Dat wil niet zeggen dat je je kind financieel moet laten verdrinken. Het gaat om kleine, veilige leerervaringen. Een tiener die zijn zakgeld te snel uitgeeft, hoeft niet meteen de schoolboeken zelf te betalen. De gevolgen mogen voelbaar zijn zonder dat noodzakelijke dingen in het gedrang komen.
Het leerproces ziet er ongeveer zo uit:
- Je tiener krijgt een afgesproken bedrag.
- Die maakt zelfstandig keuzes.
- Een keuze pakt goed of minder goed uit.
- Jullie bekijken wat er gebeurde.
- Je tiener probeert de volgende periode iets anders.
De fout is dan geen bewijs dat je kind “niet met geld kan omgaan”. Ze levert informatie op over wat nog geoefend moet worden.
Hoeveel zakgeld krijgt een tiener gemiddeld in België?
Wikifin publiceert ruime bandbreedtes op basis van een Belgische enquête. Die geven een idee van wat kinderen en jongeren ontvangen:
| Leeftijd | Gemiddeld zakgeld per maand |
|---|---|
| 12–13 jaar | €10 tot €39 |
| 14–15 jaar | €19 tot €39 |
| 16–17 jaar | €39 tot €99 |
| 18–19 jaar | €99 tot €149 |
Let vooral op hoe breed die bedragen uiteenlopen. Bij zestien- en zeventienjarigen loopt de bandbreedte van €39 tot €99 per maand. Dat verschil is moeilijk te begrijpen zonder te weten wat jongeren daarvan zelf betalen.
Wikifin vermeldt bovendien dat 40 procent van de kinderen helemaal geen zakgeld krijgt. Geen zakgeld geven maakt je dus niet automatisch uitzonderlijk en ook niet tot een slechte ouder. Niet ieder gezin heeft dezelfde financiële ruimte en financiële opvoeding kan op verschillende manieren gebeuren.
De bedragen zijn beschrijvende gemiddelden, geen advies en geen minimum. Je hoeft het zakgeld van je kind dus niet op te trekken omdat een online tabel een hoger bedrag toont.
Hoe wij het thuis doen
Bij ons krijgt mijn jongere dochter tien euro per maand. Mijn oudere zoon krijgt twintig euro per maand. Ze ontvangen het allebei cash en geen van beiden heeft momenteel een eigen bankrekening.
Dat zijn geen bedragen waarmee ze al hun persoonlijke kosten moeten dragen. Wij betalen kleding, schoolspullen, vakantie en hun hobby’s. Hun zakgeld gebruiken ze vooral voor extraatjes zoals snacks en voor uitgaven wanneer ze met vrienden weggaan.
Mijn dochter krijgt relatief weinig zakgeld omdat er binnen ons gezinsbudget al behoorlijk wat naar haar hobby gaat: paardrijden. Dat is een bewuste keuze. De kosten voor de hobby nemen wij op ons, waardoor haar vrije maandbudget beperkt blijft.
Mijn zoon heeft ASS en gaat totaal anders met geld om. Hij is ontzettend zuinig — soms op het krenterige af. Hij kan geld vasthouden alsof hij persoonlijk verantwoordelijk is voor de Belgische goudreserve.
Mijn dochter is dan weer sneller geneigd om haar geld uit te geven, onder andere aan dingen die met haar hobby te maken hebben. Twee kinderen binnen hetzelfde gezin, met dezelfde ouders en grotendeels dezelfde financiële uitleg, kunnen dus heel verschillende geldtypes zijn.
En dat is niet noodzakelijk een probleem. De ene jongere moet leren dat geld ook gebruikt mag worden. De andere moet vooral oefenen met vertragen, kiezen en niet alles onmiddellijk uitgeven.
Het bedrag zegt niet alles
Tien euro per maand kan weinig lijken. Maar wanneer een ouder kleding, school, vervoer, hobby’s, vakanties en noodzakelijke aankopen betaalt, is het een vrij bedrag.
Vijftig euro per maand kan royaal lijken. Maar wanneer een tiener daarvan iedere maand zijn gsm-abonnement, cadeautjes, uitstappen, kleding en schoolmaaltijden moet betalen, is het budget misschien behoorlijk krap.
Bepaal daarom niet eerst een bedrag. Bepaal eerst wat het zakgeld moet dekken.
Maak samen drie categorieën.
Wat betalen de ouders altijd?
Bijvoorbeeld:
- noodzakelijke kleding en schoenen;
- schoolmateriaal;
- medische kosten;
- vervoer naar school;
- basisverzorging;
- hobbykosten;
- vakantie met het gezin;
- noodzakelijke maaltijden.
Wat betaalt de tiener zelf?
Bijvoorbeeld:
- snacks en drankjes;
- extra aankopen onderweg;
- uitstapjes met vrienden;
- kleine games of apps;
- niet-noodzakelijke accessoires;
- cadeautjes;
- extra hobbyspullen;
- impulsaankopen.
Wat bespreken jullie per situatie?
Bijvoorbeeld:
- een duur concertticket;
- merkkleding terwijl een goedkoper alternatief volstaat;
- een nieuwe smartphone;
- een groot hobbyartikel;
- een weekend met vrienden;
- aankopen die deels noodzakelijk en deels een luxe zijn.
Hoe duidelijker deze verdeling is, hoe minder discussies aan de kassa, in de winkelstraat of vijf minuten voordat je tiener naar een fuif vertrekt.
Een passend bedrag berekenen
Er bestaat geen perfecte formule, maar je kunt wel systematisch te werk gaan.
1. Noteer wat je tiener zelf moet betalen
Maak geen vage afspraak als “je betaalt voortaan wat meer zelf”. Schrijf concreet op welke uitgaven onder het zakgeld vallen.
2. Schat wat die uitgaven werkelijk kosten
Een tiener die twee keer per maand met vrienden iets gaat drinken, heeft een ander budget nodig dan iemand die bijna nooit weggaat. Kijk naar het echte leven van je kind, niet naar een denkbeeldige gemiddelde puber.
3. Voeg een vrij besteedbaar bedrag toe
Zakgeld mag ook gewoon leuk zijn. Als iedere euro al een verplichte bestemming heeft, is het eerder een kostenvergoeding dan oefengeld.
4. Controleer wat voor jullie haalbaar is
Zakgeld moet binnen het gezinsbudget passen. Je hoeft jezelf niet financieel klem te zetten om je kind hetzelfde bedrag te geven als een klasgenoot.
5. Spreek een proefperiode af
Test het bedrag bijvoorbeeld gedurende twee of drie maanden. Bekijk daarna of het aansluit bij de afgesproken uitgaven.
Een bedrag aanpassen is geen teken dat de eerste afspraak mislukt is. Misschien bleken de kosten hoger dan gedacht. Misschien was het bedrag te ruim. Of misschien heeft je tiener eerst meer ondersteuning nodig.
Wekelijks of maandelijks zakgeld?
Voor jonge kinderen is wekelijks zakgeld vaak overzichtelijker. Een maand voelt op die leeftijd bijna als een volledig geologisch tijdperk.
Tieners kunnen geleidelijk naar een maandbedrag groeien. Dat lijkt meer op de manier waarop ze later een loon of ander inkomen zullen beheren. Toch is maandelijks niet automatisch beter.
Wekelijks zakgeld kan geschikter zijn wanneer je tiener:
- weinig tijdsbesef heeft;
- het volledige bedrag snel uitgeeft;
- moeilijk over meerdere weken kan plannen;
- nog maar net met zakgeld begint;
- snel overweldigd raakt door budgetteren.
Je kunt ook tweewekelijks werken als tussenstap.
Bij jongeren met ADHD of ADD kan een maandbudget erg abstract zijn. Dat betekent niet dat zij nooit maandelijks zakgeld kunnen beheren. Een zichtbare kalender, een budgetoverzicht of verschillende enveloppen kan helpen om die langere periode begrijpelijker te maken.
Het doel is niet zo snel mogelijk naar een maandbedrag gaan. Het doel is een ritme kiezen waarmee je tiener werkelijk kan oefenen.
Cash of zakgeld op een rekening?
Wij geven thuis cash. Dat werkt momenteel voor ons en mijn kinderen hebben nog geen eigen bankrekening.
Cash heeft enkele duidelijke voordelen. Je ziet en voelt hoeveel geld je nog hebt. Een lege portefeuille is behoorlijk concreet. Bij digitaal geld kan een tiener het gevoel krijgen dat er “nog wel iets” beschikbaar zal zijn, tot de betaling wordt geweigerd.
Voor tieners kan een rekening natuurlijk ook leerzaam zijn. Wikifin noemt ongeveer twaalf jaar een interessant moment om een eerste zichtrekening te overwegen. Jongeren leren dan hun saldo controleren, elektronisch betalen en geld overschrijven.
Ook de Gezinsbond wijst op beide kanten. Een bankkaart is veilig en praktisch, maar digitaal geld is minder tastbaar.
Je hoeft niet onmiddellijk te kiezen voor uitsluitend cash of uitsluitend digitaal. Een combinatie kan ook:
- een klein bedrag cash voor snacks;
- een bedrag op de rekening voor uitstappen;
- spaargeld apart;
- samen regelmatig het saldo bekijken.
Een bankrekening is een hulpmiddel, geen bewijs van financiële zelfstandigheid. Een tiener kan met cash uitstekend leren budgetteren en met een bankapp alsnog iedere drie dagen blut zijn.
Tip voor ouders: Oudergids: Digitale balans in huis
Sparen: verplicht of vrij?
Zakgeld is in principe van je tiener. Als een ouder iedere aankoop controleert, vooraf goedkeurt en achteraf beoordeelt, blijft er weinig zelfstandigheid over.
Tegelijk mag je jongeren begeleiden bij sparen. Zeker wanneer ze nog weinig ervaring hebben.
Mogelijke afspraken zijn:
- een vast klein bedrag per maand sparen;
- een percentage van verjaardagsgeld opzijzetten;
- sparen voor één concreet doel;
- werken met aparte enveloppen;
- bij digitaal geld een automatische overschrijving instellen;
- een spaardoel zichtbaar maken met een eenvoudige tracker.
Maak het doel haalbaar. Een twaalfjarige vragen om jarenlang te sparen “voor later” motiveert meestal minder dan sparen voor iets dat binnen enkele maanden bereikbaar is.
Bespreek ook dat sparen geen morele superioriteit oplevert. Een jongere die spaart is niet automatisch verstandiger dan een jongere die graag geld uitgeeft. Geld is ook bedoeld om te gebruiken.
Mijn zoon mag bijvoorbeeld leren dat hij best iets voor zichzelf mag kopen zonder daarna een financiële rouwperiode in te lassen. Mijn dochter heeft eerder baat bij een korte pauze voor ze iets koopt: wil ik dit echt, past het in mijn budget en wat wil ik later deze maand nog kunnen doen?
Verschillende geldtypes vragen verschillende ondersteuning
Sommige jongeren houden graag lijstjes bij. Ze weten exact hoeveel ze hebben en worden onrustig wanneer hun saldo daalt. Andere jongeren ervaren geld vooral als iets dat er nu is en dus nu gebruikt kan worden.
Daartussen zitten nog veel varianten:
- de spaarder;
- de snelle uitgever;
- de impulsieve koper;
- de piekeraar die niets durft kopen;
- de sociale uitgever die vrienden trakteert;
- de verzamelaar;
- de koopjesjager;
- de jongere die geld volledig vergeet.
Zo’n stijl is geen vast persoonlijkheidstype en hoeft geen etiket te worden. Het helpt wel om te begrijpen waarom dezelfde financiële afspraak bij twee kinderen anders uitpakt.
Een spaarder heeft misschien oefening nodig in genieten en bewust besteden. Een snelle uitgever heeft meer baat bij korte periodes, zichtbare potjes en een pauzeregel. Een jongere die anderen voortdurend trakteert, kan ondersteuning gebruiken bij grenzen en sociale druk.
Gelijke opvoeding betekent niet dat ieder kind exact dezelfde begeleiding nodig heeft.
Wat als het zakgeld meteen op is?
Dit is het moment waarop zakgeld werkelijk oefengeld wordt.
Je tiener heeft het maandbedrag ontvangen en drie dagen later is alles op. Een week later staat er een uitstap gepland. De vraag volgt bijna vanzelf:
“Kun je het even voorschieten?”
Ik doe dat niet meer.
Vroeger schoot ik soms wel geld voor. Alleen werd het snel onoverzichtelijk. Wie had wat gekregen? Hoeveel moest er de volgende maand worden afgehouden? Was dat bedrag een voorschot, een extraatje of iets wat wij sowieso zouden betalen? Op een bepaald moment waren we allemaal de draad kwijt.
Daarom is de regel nu eenvoudig: ik schiet niet voor.
Dat is niet hard bedoeld. Het voorkomt eindeloze kleine leningen en maakt de grens duidelijk. Als het zakgeld op is, is het op. Noodzakelijke dingen blijven wij natuurlijk betalen, maar voor vrije uitgaven komt er geen voorschot.
De Gezinsbond adviseert eveneens om niet automatisch bij te springen. Jongeren leren weinig over budgetbeheer wanneer ouders ieder tekort meteen aanvullen.
Je kunt wel samen bekijken wat er gebeurde:
- Was het afgesproken bedrag realistisch?
- Ging het geld naar één bewuste aankoop?
- Waren er veel kleine impulsaankopen?
- Was onduidelijk wat de tiener zelf moest betalen?
- Speelde groepsdruk mee?
- Zou een weekbedrag tijdelijk beter werken?
- Welke aanpak probeert je tiener volgende maand?
Bespreek de keuze zonder schaamte. “Jij kunt echt niet met geld omgaan” helpt niet. “Je geld was na vier dagen op; wat maakte dat het zo snel ging?” opent een gesprek.
Voorschieten, lenen of uitzonderlijk helpen?
Niet voorschieten betekent niet dat je nooit meer flexibel mag zijn.
Er kan een onverwachte situatie ontstaan. Misschien verandert een schoolactiviteit, wordt een noodzakelijke aankoop duurder of hadden jullie de kosten verkeerd ingeschat. Dan kun je als ouder beslissen om bij te dragen.
Het verschil zit in duidelijkheid.
Spreek af:
- Is dit een noodzakelijke uitgave?
- Betalen de ouders dit normaal?
- Is het een lening of een extra bijdrage?
- Hoe en wanneer wordt een lening terugbetaald?
- Geldt dit als uitzondering?
- Moet de oorspronkelijke zakgeldafspraak worden aangepast?
Vermijd een administratief systeem waarin je tiener tegelijk nog €7,50 van vorige maand, twee snacks en een halve bioscoopticket moet terugbetalen. Als zelfs de boekhouding van een kleine vennootschap eenvoudiger lijkt, is het tijd om de regeling te vereenvoudigen.
Moet je zakgeld koppelen aan huishoudelijke taken?
Zakgeld en gewone huishoudelijke taken hou je het best grotendeels uit elkaar.
Een tiener maakt deel uit van het gezin. De vaatwasser uitladen, de tafel afruimen of de eigen kamer onderhouden zijn gewone bijdragen aan het samenleven. Daar hoeft niet iedere keer een bedrag tegenover te staan.
Voor een grote, uitzonderlijke klus kan een vergoeding wel:
- een volledige namiddag in de tuin werken;
- de auto grondig poetsen;
- alle ramen wassen;
- helpen bij een grote opruimactie;
- extra oppassen volgens een duidelijke afspraak.
Leg vooraf vast wat de klus inhoudt, wat “klaar” betekent en hoeveel de vergoeding bedraagt.
Zo leert je tiener dat extra werk geld kan opleveren, zonder dat ieder bord dat in de vaatwasser belandt plots een factuur genereert.
Leestip op deze blog: Huishoudelijke taken voor tieners: zo krijg je hulp zonder dagelijkse strijd
Zakgeld bij ADHD, ADD of ASS
Neurodiversiteit bepaalt niet automatisch hoe een jongere met geld omgaat. Mijn zoon met ASS is bijzonder zuinig, maar een andere autistische jongere kan net heel impulsief kopen. Ook niet iedere jongere met ADHD geeft geld snel uit.
Wel kunnen bepaalde kenmerken invloed hebben op budgetbeheer.
Denk aan:
- moeite met tijd overzien;
- impulsief reageren op een aantrekkelijke aankoop;
- sterk opgaan in een hobby of verzameling;
- moeite met schakelen wanneer iets eenmaal in het hoofd zit;
- behoefte aan duidelijke regels;
- stress bij onvoorspelbaarheid;
- vergeten hoeveel al werd uitgegeven;
- moeite met abstract digitaal geld.
Mogelijke ondersteuning:
- werk tijdelijk met weekgeld;
- verdeel cash over meerdere enveloppen;
- maak vaste categorieën zichtbaar;
- gebruik een korte wachtregel voor niet-geplande aankopen;
- spreek één vast moment af om geldzaken te bekijken;
- automatiseer sparen zodra er een rekening is;
- maak concreet wat onder zakgeld valt;
- verander niet voortdurend de afspraken;
- laat je tiener zelf meedenken.
Ondersteuning is geen overname. Het doel blijft dat de jongere steeds meer eigen regie krijgt.
Praat over geld zonder er een verhoor van te maken
Ouders hebben veel invloed op hoe jongeren over geld leren denken. Uit onderzoek van de FSMA blijkt dat twee op drie jongeren met hun ouders over geld praten. Ouders zijn bovendien hun favoriete gesprekspartner voor geldzaken.
Ook de OECD benadrukt dat ouders een belangrijke rol spelen bij financiële waarden, gewoonten, kennis en gedrag.
Dat betekent niet dat je iedere aankoop moet analyseren. Plan liever één kort, rustig geldmoment per maand.
Bespreek bijvoorbeeld:
- Wat ging goed?
- Welke aankoop vond je achteraf de moeite waard?
- Waar ging meer geld naartoe dan je dacht?
- Wat wil je volgende maand anders doen?
- Waarvoor wil je sparen?
- Klopt het bedrag nog met wat je zelf moet betalen?
- Heb je hulp nodig bij één concrete stap?
Probeer nieuwsgierig te blijven. Je tiener hoeft niet exact dezelfde financiële keuzes te maken als jij om iets zinvols te leren.
Zeven afspraken die veel discussies voorkomen
Maak voor de start duidelijke afspraken:
- Hoeveel krijgt je tiener?
Noteer het vaste bedrag. - Wanneer wordt het gegeven?
Wekelijks, tweewekelijks of maandelijks. - Wat betaalt je tiener zelf?
Beschrijf de categorieën concreet. - Wat blijven ouders betalen?
Maak ook die grens zichtbaar. - Wat gebeurt er als het geld op is?
Spreek af of voorschotten uitgesloten zijn. - Wat verwachten jullie rond sparen?
Vrij, een vast bedrag, een percentage of een spaardoel. - Wanneer evalueren jullie?
Plan na één of twee maanden een kort gesprek.
Zet afspraken op papier. Niet omdat je een juridisch contract met je dertienjarige nodig hebt, maar omdat het geheugen tijdens discussies opvallend creatief kan worden.
Zakgeld is oefengeld, geen examen
Hoeveel zakgeld je een tiener geeft, is uiteindelijk minder belangrijk dan de duidelijkheid rond het bedrag.
Een klein bedrag kan uitstekend oefengeld zijn wanneer je kind weet wat ermee betaald moet worden. Een groot bedrag leert weinig wanneer ouders ieder tekort aanvullen en alle lastige keuzes blijven overnemen.
Hou rekening met leeftijd, draagkracht, gezinsbudget, hobbykosten en de manier waarop je tiener met geld omgaat. Laat fouten bestaan wanneer de gevolgen veilig en overzichtelijk zijn. Bespreek wat er gebeurde en stel de afspraken bij wanneer dat nodig is.
En vergelijk niet alleen bedragen. Vraag altijd wat een andere tiener daar zelf van moet betalen.
Want “iedereen krijgt meer” kan best waar zijn.
Maar iedereen heeft zelden exact dezelfde regeling.
Gratis: de AURYN Zakgeldstarter voor tieners
Wil je niet iedere maand opnieuw onderhandelen over snacks, uitstappen, extra geld en voorschotten?
Met de gratis AURYN Zakgeldstarter voor tieners bepalen jullie samen:
- welk bedrag haalbaar is;
- wat ouders betalen;
- wat je tiener zelf betaalt;
- hoeveel er gespaard wordt;
- wat gebeurt wanneer het geld op is;
- wanneer jullie de afspraken evalueren.
Je krijgt een praktisch berekenblad, een eenvoudig maandbudget, een spaardoel en een zakgeldakkoord voor een proefperiode.
Download de gratis Zakgeldstarter
Veelgestelde vragen
Hoeveel zakgeld geef je een tiener van twaalf jaar?
Wikifin vermeldt voor Belgische twaalf- en dertienjarigen een ruime gemiddelde bandbreedte van €10 tot €39 per maand. Dat is geen aanbevolen barema. Het passende bedrag hangt vooral af van wat je tiener zelf moet betalen en wat binnen jullie gezinsbudget haalbaar is.
Geef je zakgeld beter per week of per maand?
Een weekbedrag is overzichtelijker voor jongeren die pas beginnen of moeite hebben met plannen en tijdsbesef. Een maandbedrag biedt meer oefening in budgetteren over een langere periode. Je kunt ook tweewekelijks starten en later overschakelen.
Moet je extra geld geven wanneer het zakgeld op is?
Niet automatisch. Een beperkt tekort kan een waardevolle leerervaring zijn. Bekijk samen waarom het geld op is en of het oorspronkelijke bedrag realistisch was. Noodzakelijke kosten blijven natuurlijk de verantwoordelijkheid van de ouder wanneer dat zo werd afgesproken.

