AuDHD bij tieners: betekenis, kenmerken en ondersteuning

30 augustus 2026

In deze blog lees je wat AuDHD betekent, welke AuDHD kenmerken bij tieners kunnen voorkomen en waarom gedrag dat van buitenaf onlogisch lijkt, van binnenuit vaak heel verklaarbaar is. Je krijgt ook concrete handvatten voor thuis en op school.

Belangrijk: AuDHD is geen afzonderlijke officiële diagnose en deze informatie is geen diagnostische checklist. Alleen een bevoegde professional kan onderzoeken of een jongere voldoet aan de criteria voor autisme, ADHD of beide.

Je tiener verlangt naar duidelijke afspraken, maar houdt zich er vervolgens zelf niet aan. Een onverwachte verandering kan voor paniek zorgen, terwijl diezelfde tiener zich een dag later stierlijk verveelt omdat alles altijd hetzelfde loopt. Er is behoefte aan rust én aan prikkels. Aan vrienden én aan alleen zijn. Aan structuur én aan vrijheid.

Tegenstrijdig? Op het eerste gezicht wel. Maar wanneer autisme en ADHD samen voorkomen, kunnen zulke schijnbare tegenstellingen net heel herkenbaar zijn. Die combinatie wordt vaak AuDHD genoemd.

Wat betekent AuDHD?

AuDHD is een informele term voor het samen voorkomen van autisme en ADHD. De naam is een combinatie van autisme en ADHD. Iemand kan dus officieel de diagnose autismespectrumstoornis én de diagnose ADHD hebben. Daarnaast gebruiken sommige mensen de term wanneer ze zichzelf sterk herkennen in beide profielen, ook als er nog geen formeel diagnostisch onderzoek is gebeurd.

Autisme en ADHD zijn twee verschillende neurobiologische ontwikkelingsprofielen. Ze beïnvloeden onder andere hoe iemand informatie verwerkt, aandacht regelt, prikkels ervaart, communiceert en zich aanpast aan de omgeving.

Tegelijk bestaat er behoorlijk wat overlap. Zowel jongeren met autisme als jongeren met ADHD kunnen bijvoorbeeld moeite hebben met:

  • executieve functies zoals plannen, starten en schakelen;
  • het reguleren van aandacht;
  • het verwerken van zintuiglijke prikkels;
  • emotieregulatie;
  • sociale situaties;
  • slapen en herstellen;
  • het aanvoelen en aangeven van eigen grenzen.

Het samengaan van beide profielen wordt steeds beter herkend. Volgens de American Psychiatric Association komen autisme en ADHD regelmatig samen voor. De precieze percentages verschillen sterk tussen studies, leeftijden en onderzochte groepen.

Pas sinds de komst van de DSM-5 in 2013 kunnen autisme en ADHD officieel naast elkaar worden vastgesteld. Voordien sloot de ene diagnose de andere in de praktijk uit. Dat helpt verklaren waarom sommige jongeren en volwassenen jarenlang slechts één diagnose kregen, terwijl die niet hun volledige ervaring beschreef.

Wat zijn mogelijke AuDHD-kenmerken bij tieners?

Er bestaat niet één vast AuDHD-profiel. Twee tieners met dezelfde diagnoses kunnen heel verschillende behoeften, mogelijkheden en moeilijkheden hebben. Kenmerken kunnen bovendien veranderen naargelang de omgeving, de draagkracht en de verwachtingen die op dat moment worden gesteld.

Een jongere kan thuis volledig vastlopen en op school ogenschijnlijk goed functioneren. Een andere jongere houdt zich de hele schooldag overeind en stort thuis in. Goed gedrag op één plaats betekent dus niet automatisch dat alles moeiteloos verloopt.

Onderstaande kenmerken kunnen voorkomen, maar zijn afzonderlijk geen bewijs van AuDHD.

Aandacht die moeilijk te sturen is

Bij ADHD gaat het niet simpelweg om “te weinig aandacht”. Het gaat vooral om moeite om aandacht bewust te regelen. Een tiener kan zich amper tien minuten concentreren op een saaie taak en vervolgens drie uur volledig verdwijnen in een onderwerp dat hem of haar interesseert.

Autistische intense interesses kunnen die diepe focus nog versterken. Zo kan een jongere werkelijk alles weten over paarden, treinen, huidverzorging, een game, geschiedenis of een favoriete artiest, maar niet meer weten waar de wiskundemap ligt.

Dat is geen bewijs dat de jongere zich “dus wel kan concentreren als die maar wil”. Interesse, nieuwigheid, urgentie en prikkelniveau hebben veel invloed op de beschikbaarheid van aandacht.

Behoefte aan structuur, maar moeite om die vol te houden

Dit is een van de bekendste tegenstellingen bij AuDHD. Autistische kenmerken kunnen zorgen voor een sterke behoefte aan duidelijkheid, herhaling en voorspelbaarheid. ADHD-kenmerken kunnen het tegelijkertijd moeilijk maken om routines te beginnen, vol te houden en consequent uit te voeren.

De tiener wil bijvoorbeeld iedere avond dezelfde rustige routine volgen, maar vergeet de tijd, raakt afgeleid en begint om 22.30 uur plots de kamer opnieuw in te richten.

Of de jongere maakt een prachtige planning met kleuren, vakjes en symbolen, maar kijkt er daarna nooit meer naar. De planning maken gaf overzicht en een fijn gevoel. De planning uitvoeren vraagt echter andere vaardigheden.

De oplossing is meestal niet nóg een strengere planning. Een bruikbare structuur moet zichtbaar, eenvoudig, flexibel en uitvoerbaar zijn — ook op een slechte dag.

Overprikkeling én prikkels zoeken

Een tiener met AuDHD kan bijzonder gevoelig zijn voor geluid, fel licht, geuren, kleding, drukte of onverwachte aanrakingen. Tegelijk kan dezelfde jongere beweging, muziek, spanning of sterke ervaringen nodig hebben om alert te blijven.

Dat kan verwarrend lijken. Hoe kan iemand klagen dat het gezin te luid eet en vijf minuten later zelf muziek opzetten? Toch kunnen beide reacties voortkomen uit prikkelregulatie.

Zelfgekozen prikkels zijn meestal beter voorspelbaar en controleerbaar. Onverwachte geluiden, verschillende gesprekken door elkaar of een zoemende lamp kunnen veel moeilijker te filteren zijn. Het probleem is dus niet alleen hoeveel prikkels er zijn, maar ook welke prikkels, wanneer ze komen en hoeveel controle de jongere erover heeft.

Hyperfocus en intense interesses

Een intense interesse kan plezier, kennis, verbinding en zelfvertrouwen geven. Ze kan zelfs een ingang vormen voor leren, sociale contacten of een latere studie- en beroepskeuze.

Tegelijk kan stoppen moeilijk zijn. De jongere merkt honger, vermoeidheid of tijd soms pas laat op. Een onderbreking kan onverwacht hard binnenkomen, zeker wanneer de activiteit helpt om spanning te reguleren.

“Leg dat nu gewoon weg” klinkt eenvoudig, maar vraagt in werkelijkheid schakelen, een belonende activiteit beëindigen, een nieuwe taak starten en omgaan met teleurstelling. Een overgang vooraf aankondigen en samen een logisch stopmoment zoeken, werkt vaak beter dan een plots bevel.

Een wisselende sociale batterij

Veel tieners met AuDHD verlangen naar vriendschap en verbondenheid. Tegelijk kunnen sociale situaties veel energie kosten. Ze moeten gesprekken volgen, bedoelingen interpreteren, hun impuls om iets meteen te vertellen bijsturen en ondertussen omgaan met geluid, beweging en groepsdynamiek.

Sommige jongeren praten veel, delen snel persoonlijke informatie of onderbreken anderen. Andere jongeren zijn stil, observeren eerst en zeggen pas iets wanneer ze voldoende zekerheid voelen. Een tiener kan ook tussen beide uitersten wisselen.

Na een schooldag, feestje of uitstap kan de sociale batterij volledig leeg zijn. Alleen willen zijn betekent dan niet noodzakelijk dat de activiteit niet leuk was. Het kan eenvoudigweg betekenen dat het brein tijd nodig heeft om alles te verwerken.

Intense emoties en trager herstel

Teleurstelling, schaamte, boosheid of enthousiasme kunnen bijzonder intens worden beleefd. Wanneer de spanning oploopt, wordt nadenken, relativeren en verwoorden moeilijker. Wat eruitziet als een overdreven reactie, is soms het zichtbare eindpunt van een hele reeks kleine belastingen.

Denk aan een drukke schooldag, een onverwachte toets, gedoe met vrienden, een gemiste bus en vervolgens thuis de vraag waarom de brooddoos alweer niet is uitgehaald. Die brooddoos is dan zelden het echte probleem. Ze is gewoon het laatste duwtje.

Op zo’n moment heeft een tiener meestal meer aan rust en regulatie dan aan een uitgebreide nabespreking. Eerst zakken, daarna begrijpen. Een gesprek voeren terwijl het alarmsysteem nog aanstaat, levert zelden familiale topcommunicatie op.

Moeite met plannen, beginnen en afronden

Een tiener kan perfect begrijpen wat er moet gebeuren en er toch niet in slagen eraan te beginnen. Dat verschil tussen weten en doen is belangrijk.

Executieve functies helpen ons om:

  • een doel te bepalen;
  • een taak op te delen;
  • materiaal te verzamelen;
  • te beginnen;
  • aandacht vast te houden;
  • tussen stappen te schakelen;
  • fouten bij te sturen;
  • iets af te werken.

Wanneer verschillende van die functies veel inspanning vragen, kan “maak je huiswerk” aanvoelen als een onoverzichtelijk project. Een kleine, concrete eerste stap werkt beter: “Open Smartschool en kijk welke taak morgen af moet zijn.”

Vermoeidheid en maskeren

Sommige jongeren proberen voortdurend te voldoen aan wat anderen verwachten. Ze observeren leeftijdsgenoten, oefenen reacties, onderdrukken beweging, verbergen verwarring of doen alsof prikkels hen niet hinderen. Dat wordt vaak maskeren of camoufleren genoemd.

Maskeren kan ervoor zorgen dat moeilijkheden lang onopgemerkt blijven. De omgeving ziet een beleefde, rustige of succesvolle leerling. Thuis ziet men uitputting, prikkelbaarheid, huilbuien, terugtrekgedrag of helemaal niets meer kunnen.

Dat betekent niet dat de jongere thuis “zijn slechtste kant laat zien”. Thuis is vaak de plaats waar de opgebouwde spanning eindelijk loskomt.

Waarom kunnen autisme en ADHD tegenstrijdig lijken?

Autisme en ADHD zijn geen tegenpolen, maar bepaalde behoeften kunnen wel in verschillende richtingen trekken. De American Psychiatric Association beschrijft bijvoorbeeld de spanning tussen behoefte aan routine en behoefte aan afwisseling.

Een tiener kan:

  • orde willen, maar moeite hebben om spullen te organiseren;
  • voorspelbaarheid nodig hebben, maar impulsief plannen veranderen;
  • naar nieuwe ervaringen verlangen, maar overweldigd raken wanneer ze plaatsvinden;
  • sociaal contact zoeken, maar sociale signalen missen;
  • heel precies willen werken, maar aandacht of tijd verliezen;
  • rust nodig hebben, maar zich zonder prikkels onrustig voelen;
  • regels belangrijk vinden, maar ze door impulsiviteit toch overtreden.

Van buitenaf kan dit overkomen als inconsequent gedrag. Van binnenuit is het vaak een voortdurende zoektocht naar evenwicht.

Daarom werken algemene adviezen niet altijd. “Maak een vaste routine” houdt onvoldoende rekening met de behoefte aan variatie. “Laat hem het zelf uitzoeken” houdt onvoldoende rekening met executieve kwetsbaarheid. Goede ondersteuning combineert houvast met bewegingsruimte.

De hypothese van het voorspellende brein

Ons brein wacht niet passief af wat er gebeurt. Het gebruikt eerdere ervaringen om voortdurend te voorspellen wat waarschijnlijk zal volgen. Daardoor hoeven we niet iedere situatie helemaal opnieuw te analyseren.

Wanneer iemand een bekende zin begint, vermoed je vaak al hoe die zal eindigen. Wanneer je dagelijks dezelfde deur opent, verwacht je automatisch hoeveel kracht je nodig hebt. Zo’n verwachting op basis van eerdere ervaringen wordt in onderzoek een prior genoemd.

Volgens de hypothese van het voorspellende brein kan dit proces bij autistische mensen anders verlopen. Eerdere ervaringen wegen in bepaalde situaties mogelijk minder zwaar door, terwijl nieuwe details en zintuiglijke informatie juist meer aandacht krijgen.

Binnen de wetenschap wordt dit ook wel de hypoprior-hypothese genoemd. Hypo betekent hier dat vooraf opgebouwde verwachtingen mogelijk minder sterk meewegen.

Dat betekent niet dat mensen met autisme voortdurend verkeerde voorspellingen doen of niet kunnen leren uit eerdere ervaringen. Het betekent mogelijk wel dat verwachtingen anders worden opgebouwd, toegepast of bijgesteld.

Daardoor kan een situatie intenser of onverwachter aanvoelen, ook wanneer er al iets vergelijkbaars is gebeurd. Het kan mee verklaren waarom details sterk opvallen, veranderingen veel verwerking vragen en voorspelbaarheid zoveel rust kan geven.

Een voorbeeld uit de klas

Stel dat de wiskundeles normaal in lokaal 14 plaatsvindt. Vandaag hangt er een briefje: “Les in lokaal 22.”

Voor de ene leerling is dat nauwelijks meer dan een kleine praktische wijziging. Een andere leerling moet verschillende verwachtingen opnieuw opbouwen: Waar ligt dat lokaal? Waar moet ik zitten? Is de leerkracht dezelfde? Kom ik op tijd? Zal de les anders verlopen? Heb ik daar een vaste plaats?

De tiener doet dus niet noodzakelijk een verkeerde voorspelling. Het brein kan meer moeite hebben om eerdere ervaringen flexibel toe te passen op een nieuwe situatie of meer gewicht geven aan alle nieuwe details en onzekerheden.

Een interessante theorie, geen bewezen totaalverklaring

De hypothese van het voorspellende brein is een interessante wetenschappelijke verklaring, maar geen vaststaand feit dat alle kenmerken van autisme verklaart.

Een systematische review van onderzoek naar voorspelling bij autisme vond aanwijzingen voor verschillen in bepaalde vormen van voorspellend leren, maar geen eenvoudig en universeel patroon.

Een overzicht van tien jaar onderzoek naar deze theorie beschrijft eveneens gemengde resultaten. Sommige studies vonden dat eerdere verwachtingen minder invloed hadden; andere studies vonden geen duidelijk verschil.

Onderzoekers spreken daarom steeds vaker over andere manieren van voorspellen, leren en bijstellen in plaats van over een algemeen onvermogen om goede voorspellingen te maken.

Voor ouders blijft vooral de praktische vertaling nuttig: voorspelbaarheid, voorbereiding en extra verwerkingstijd kunnen helpen wanneer een situatie verandert. Niet omdat een tiener “niet flexibel wil zijn”, maar omdat aanpassen werkelijk meer mentale arbeid kan vragen.

Hoe kunnen AuDHD-kenmerken op school zichtbaar worden?

De overstap naar het middelbaar maakt verschillen soms duidelijker. Er zijn meer vakken, leerkrachten, lokalen, digitale platformen en deadlines. Leerlingen moeten veel meer zelf organiseren, terwijl hun brein tegelijk een stevige sociale en lichamelijke ontwikkeling doormaakt. Geen kleine verbouwing dus.

Een tiener met AuDHD kan leerstof goed begrijpen, maar toch punten verliezen doordat taken te laat worden ingediend, instructies verkeerd worden geïnterpreteerd of materiaal ontbreekt.

Mogelijke signalen zijn:

  • grote verschillen tussen vakken of resultaten;
  • wel leren, maar niet weten wat precies belangrijk is;
  • blokkeren bij omvangrijke of onduidelijke opdrachten;
  • moeite met onverwachte wijzigingen;
  • uitgeput thuiskomen na een ogenschijnlijk gewone schooldag;
  • conflicten rond huiswerk en planning;
  • opdrachten perfectionistisch uitwerken en daardoor niet afronden;
  • vergeten taken terwijl de leerstof wel gekend is;
  • groepswerk vermijden of er juist de volledige controle over nemen;
  • schooluitval, buikpijn of hoofdpijn bij aanhoudende overbelasting.

Het helpt om niet alleen te vragen: “Kan deze leerling dit?” De betere vraag is: “Onder welke voorwaarden lukt het?”

Misschien lukt zelfstandig werken in een rustige ruimte wel, maar niet in een luid klaslokaal. Misschien lukt een opdracht met één duidelijke deadline, maar niet wanneer ze verspreid staat over Smartschool, een papieren agenda en drie mondelinge mededelingen.

Waarom worden AuDHD-kenmerken soms gemist?

Autistische en ADHD-kenmerken kunnen elkaar gedeeltelijk verbergen. Een sterke behoefte aan regels kan impulsief gedrag onderdrukken. Een sociaal actieve tiener past mogelijk niet bij het stereotiepe beeld van autisme. Een stille dagdromer wordt dan weer niet altijd herkend als iemand met ADHD.

Ook intelligentie en compensatiestrategieën kunnen moeilijkheden lang verhullen. Een jongere haalt redelijke punten door ’s avonds buitensporig lang te werken, voortdurend hulp van een ouder te krijgen of alles op het laatste moment recht te trekken.

De resultaten lijken dan voldoende, maar de kostprijs is hoog.

Bij meisjes en jongeren met minder opvallend gedrag worden kenmerken geregeld later opgemerkt. Ze kunnen sociale regels bewust bestuderen, zich aanpassen en spanning naar binnen richten. Hun moeilijkheden worden dan eerder beschreven als onzekerheid, perfectionisme, angst, gevoeligheid of gebrek aan motivatie.

Niet elke tiener die zich hierin herkent, heeft AuDHD. Stress, slaaptekort, leerproblemen, angst, depressie, trauma en andere omstandigheden kunnen vergelijkbare signalen geven. Daarom is een brede professionele beoordeling belangrijk wanneer moeilijkheden ernstig of aanhoudend zijn.

Wat helpt een tiener met AuDHD?

Ondersteuning werkt het best wanneer ze aansluit bij de individuele jongere. Het doel is niet om ieder kenmerk weg te trainen, maar om de omgeving, verwachtingen en vaardigheden beter op elkaar af te stemmen.

Maak structuur zichtbaar

Mondelinge afspraken verdwijnen gemakkelijk in de drukte. Gebruik een korte planning, checklist, kalender of vaste plaats voor belangrijke spullen. Beperk het aantal systemen. Vijf planners zijn uiteindelijk vooral vijf extra dingen om kwijt te raken.

Zorg dat de jongere weet:

  • wat er moet gebeuren;
  • wanneer het klaar moet zijn;
  • wat de eerste stap is;
  • hoeveel werk ongeveer verwacht wordt;
  • waar hulp gevraagd kan worden.

Maak de eerste stap klein

“Leer voor je toets” is groot en vaag. “Leg je boek en cursus klaar en markeer de drie hoofdstukken” is concreet.

Wanneer beginnen moeilijk is, kan iemand even aanwezig blijven tijdens de eerste minuten. Dat hoeft geen voortdurende controle te worden. Samen starten kan voldoende zijn om de drempel te verlagen.

Bouw flexibiliteit in de structuur

Een routine moet ondersteunen, niet verstikken. Werk bijvoorbeeld met een vaste volgorde, maar laat de jongere kiezen waar of op welk exact tijdstip een taak gebeurt.

Een basisplan en een noodplan kunnen naast elkaar bestaan:

  • goede dag: drie taken;
  • vermoeide dag: één noodzakelijke taak;
  • overbelaste dag: herstellen en samen bekijken wat uitgesteld of gemeld moet worden.

Zo leert een jongere niet alleen plannen, maar ook rekening houden met draagkracht.

Kondig veranderingen zo vroeg mogelijk aan

Vertel niet alleen dát iets verandert, maar ook wat hetzelfde blijft. Bijvoorbeeld: “De afspraak is morgen een uur later. We vertrekken van dezelfde plaats en jij hoeft niets extra mee te nemen.”

Geef ruimte voor vragen. Wat voor een ouder een detail lijkt, kan precies het ontbrekende stukje voorspelbaarheid zijn.

Neem prikkelherstel serieus

Na school meteen vragen stellen, huiswerk bespreken en een gezinsactiviteit plannen kan te veel zijn. Sommige jongeren hebben eerst stilte, beweging, muziek, een douche, een vertrouwde activiteit of tijd alleen nodig.

Maak samen een eenvoudig herstelritueel. Dat is geen beloning die eerst verdiend moet worden, maar onderhoud van het zenuwstelsel.

Help emoties begrijpen zonder ze weg te praten

Zinnen als “Zo erg is het toch niet?” verkleinen de gebeurtenis, maar niet de emotie. Probeer eerst te erkennen wat je ziet: “Ik merk dat deze verandering heel hard binnenkomt.”

Bespreek later wat er gebeurde:

  • Wat was het eerste moeilijke moment?
  • Welke prikkels speelden mee?
  • Wat merkte je in je lichaam?
  • Wat had op dat moment een klein beetje geholpen?
  • Wat kunnen we de volgende keer vooraf afspreken?

Zo bouw je samen aan zelfkennis zonder van iedere uitbarsting een ondervraging te maken.

Werk samen met school

Een mentor, zorgcoördinator of leerlingenbegeleider kan helpen om afspraken haalbaar te maken. Denk aan duidelijke schriftelijke instructies, voorspelbaarheid rond wijzigingen, een rustige werkplek, hulp bij planning of de mogelijkheid om kort te ontprikkelen.

Niet iedere aanpassing is voor iedere jongere nodig. Kies liever enkele gerichte afspraken die consequent worden toegepast dan een lange lijst die in een digitale lade verdwijnt.

AuDHD is niet alleen een optelsom van moeilijkheden

Een genuanceerd beeld laat ook ruimte voor mogelijkheden en kwaliteiten. Jongeren met AuDHD kunnen creatief denken, originele verbanden leggen, diepgaande kennis ontwikkelen en bijzonder gedreven zijn wanneer iets betekenisvol voelt.

Sommigen hebben een sterk rechtvaardigheidsgevoel, zijn eerlijk, loyaal of opmerkzaam voor details die anderen missen. Een intense interesse kan leiden tot expertise. Anders denken kan waardevol zijn in kunst, wetenschap, technologie, zorg, ondernemerschap en talloze andere domeinen.

Dat betekent niet dat elke jongere automatisch over een lijst “superkrachten” beschikt. Neurodivergentie romantiseren kan even beperkend zijn als alleen naar tekorten kijken. Kwaliteiten komen het best tot hun recht wanneer er voldoende veiligheid, ondersteuning en herstelruimte is.

Wanneer is professionele hulp of diagnostiek aangewezen?

Overweeg professionele ondersteuning wanneer de moeilijkheden een duidelijke invloed hebben op school, relaties, het gezin, zelfbeeld of dagelijks functioneren.

Een diagnostisch onderzoek kan passend zijn wanneer er vragen bestaan over autisme, ADHD of beide. Zo’n onderzoek hoort breed te kijken naar ontwikkeling, functioneren in verschillende omgevingen, sterke kanten, moeilijkheden en mogelijke andere verklaringen.

Neem contact op met een huisarts of bevoegde hulpverlener wanneer er sprake is van ernstige angst, somberheid, zelfbeschadiging, eetproblemen, langdurige schooluitval of andere psychische klachten. Coaching vervangt geen diagnostiek, psychotherapie of medische behandeling.

Coaching kan wel helpen bij praktische en coachbare hulpvragen, zoals:

  • meer inzicht krijgen in het eigen functioneren;
  • leren omgaan met overprikkeling;
  • plannen en taken beginnen;
  • emoties eerder herkennen;
  • haalbare routines opbouwen;
  • communiceren over behoeften;
  • sterke kanten bewuster inzetten.

Tot slot

AuDHD bij tieners kan eruitzien als een verzameling tegenstrijdigheden: structuur willen en ze niet kunnen vasthouden, prikkels zoeken en erdoor overspoeld raken, verbinding verlangen en veel tijd alleen nodig hebben.

Achter dat gedrag zit meestal geen onwil. Er zit een brein achter dat aandacht, prikkels, verwachtingen en veranderingen op zijn eigen manier verwerkt.

Wanneer ouders, school en jongere samen onderzoeken wat energie kost, wat herstel brengt en onder welke voorwaarden iets wél lukt, ontstaat er ruimte. Niet om de tiener in een standaardvorm te duwen, maar om ondersteuning te bouwen die werkelijk past.

Leestip op deze blog: AuDHD bij tieners: wanneer autisme en ADHD elkaar versterken én tegenspreken

Kan AURYN iets betekenen?

Loopt je tiener vast door overprikkeling, planning, emoties of schijnbaar tegenstrijdige behoeften? Bij AURYN kijken we niet alleen naar wat moeilijk loopt, maar vooral naar wat je tiener nodig heeft om opnieuw grip en vertrouwen te ervaren.

AURYN stelt geen diagnoses en vervangt geen psychologische of medische hulp. Binnen coaching kunnen we wel werken aan zelfinzicht, praktische vaardigheden, draagkracht en haalbare stappen thuis of op school.

Een eerste online kennismakingsgesprek van 30 minuten is gratis. Zo kunnen we rustig bekijken wat er speelt en of coaching bij de hulpvraag past.

Naar de contactpagina

Veelgestelde vragen over AuDHD

Is AuDHD een officiële diagnose?

Nee. AuDHD is geen afzonderlijke diagnose in de DSM. Het is een informele term voor mensen bij wie autisme en ADHD samen voorkomen. Een persoon kan wel officieel beide diagnoses krijgen.

Kun je AuDHD hebben zonder officiële diagnose?

Iemand kan zichzelf sterk herkennen in kenmerken van autisme en ADHD zonder formele diagnose. Herkenning kan helpen om ervaringen beter te begrijpen en passende strategieën te zoeken. Ze bewijst echter niet dat iemand aan de diagnostische criteria voldoet. Bij aanhoudende moeilijkheden kan professioneel onderzoek meer duidelijkheid geven.

Wat is het verschil tussen ADHD, autisme en AuDHD?

Bij ADHD staan verschillen in aandachtregulatie, impulsiviteit en activiteit centraal. Bij autisme gaat het onder andere om verschillen in sociale communicatie, informatieverwerking, flexibiliteit, interesses en zintuiglijke verwerking. AuDHD verwijst naar het samengaan van beide profielen, waarbij kenmerken kunnen overlappen, elkaar versterken of schijnbaar in verschillende richtingen trekken.